De bittere smaak van fairtrade chocola

De mooie beloftes van Fairtrade aan Afrikaanse cacaoboeren en westerse consumenten blijken hol. Kopers van de chocolade houden vooral de kantoren, salarissen en zakenreizen van de organisatie in stand. De Afrikaanse boer blijft nog steeds arm en gedesillusioneerd achter.

Door

Bjinse Dankert, Janneke Donkerlo en Evelyn Groenink namens GPD

Cacaoboer Frédéric Doua uit Assoumoukro, Ivoorkust, gelooft niet meer in Fairtrade. Vier jaar nadat hij zich had aangesloten bij een Fairtradecoöperatie, is zijn leven niet merkbaar verbeterd, zegt hij. „Ik verdien nu net genoeg geld om het voedsel te kunnen kopen dat ik vroeger zelf verbouwde.”

Doua is één van de honderdduizenden Afrikaanse cacaoboeren aangesloten bij Fairtrade-coöperaties. Hun cacao eindigt in de chocoladeletters en chocoladerepen die in de schappen worden aangeprezen met het bekende Fairtrade-logo.

Een stuk chocola mag niet zomaar Fairtrade heten. Fairtrade – een internationale organisatie actief in meer dan twintig landen – belooft een ‘eerlijke prijs’ voor hun producten. Het is een garantie aan de Afrikaanse boer én aan westerse consumenten. Zo belooft stichting Max Havelaar, de Nederlandse tak van de certificeringsorganisatie, dat ‘boeren in ontwikkelingslanden gegarandeerd een minimumprijs krijgen’.

Maar het blijken holle frasen. Fairtrade maakt beloftes aan cacaoboeren en consumenten niet waar. Onderzoek naar de verkoop van Fairtrade-cacao, in samenwerking met Afrikaanse journalisten van onderzoeksforum FAIR, laat zien dat Fairtrade nauwelijks voordelen biedt aan Afrikaanse cacaoboeren.

Fairtrade is zelf niet actief in de verkoop van cacao, maar maakt strenge afspraken over de prijs van cacao. Zo mag een koper van cacao niet minder dan 2 dollar per kilo betalen, ook niet als de wereldmarktprijs lager ligt. Dit is de zogenaamde minimumprijs van Fairtrade.

Maar de wereldmarktprijs ligt al jaren hoger, ruim boven de 3 dollar per kilo. Gouden bergen voor de cacaoboer? Niets is minder waar. Cacaoboeren in Ghana en Ivoorkust ontvangen fiks lagere prijzen voor hun oogst, tussen 1,60 en 1,20 dollar per kilo. Fors minder ook dan de eerlijke minimumprijs waarmee Fairtrade veelvuldig pronkt in haar persberichten.

In het monumentale kantoorpand in Utrecht zeggen Jos Harmsen en Alien Huizing van Max Havelaar dat dit de gangbare praktijk is. De coöperatie ontvangt de hoge marktprijs, maar draait daarna op voor het betalen van de export, het transport naar de haven en opslag. Die kosten zijn zo hoog, zegt Harmsen, dat de uiteindelijke opbrengsten aan de boer meer dan gehalveerd worden. „Wat binnen de coöperatie en volgens wettelijke regelingen van de prijs gaat, daar hebben wij geen grip op. Mogelijk komt dat omdat het land niet efficiënt is georganiseerd.”

Fairtrade breekt daarmee niet haar beloftes, stellen Harmsen en Huizing, want: „De minimumprijs is de prijs die de coöperaties krijgen. De coöperaties zijn de boeren.”

Ook zouden boeren bij Fairtrade nog altijd beter af zijn, verweert Huizing zich: „De boeren hebben een garantie dat als de prijs onder de minimumprijs zakt, dat ze in ieder geval een vangnet hebben. Bovendien krijgen ze een extra premie.”

Die toeslag, een bonus van 20 cent per kilo cacao, klinkt als een goede bijverdienste. Het onderzoeksteam van FAIR trof ook tevreden boeren. Maar lang niet iedere coöperatie deelt de premie uit aan de boeren als een bonus. Huizing: „Het totaalbedrag wordt uitbetaald aan de coöperatie. Hoe het wordt besteed, daar beslissen de leden zelf over.”

Volgens Max Havelaar wordt de premie ‘altijd ingezet voor investeringen die de gemeenschap ten goede komen’. Maar Fairtrade kijkt niet of het geld goed wordt gespendeerd. In Ivoorkust is nooit onderzocht of het tot positieve resultaten leidt.

Tot slot, de consumenten in Nederland. Ieder jaar kopen zij weer meer Fairtrade-chocolade. Daarmee financieren zij de loonstrookjes van de medewerkers van Max Havelaar, de huur van de kantoren en de zakenreizen naar het buitenland. Voor elke verkochte reep ontvangt Max Havelaar 2,5 procent – zo’n vier cent per reep. Maar een cacaoboer in Afrika krijgt niet meer dan twee cent extra voor diezelfde reep. Consumenten betalen veel meer voor het in stand houden van de organisatie, dan wat Max Havelaar teruggeeft aan een arme cacaoboer.

De jaarverslagen van de stichting bevestigen dit. De verkoop van chocolade leverde Max Havelaar in 2010 meer dan een €0,5 miljoen. Ondertussen kregen cacaoboeren nog niet eens de helft van dat bedrag uitgekeerd als bonus: minder dan €250.000. Fairtrade verdient aan de verkoop van hun chocola meer dan Afrikaanse cacaoboeren.

Max Havelaar laat in een reactie weten dat ‘naar ontevreden boeren goed wordt geluisterd’. Verder benadrukt de stichting dat haar inkomsten worden besteed ‘aan de groei van eerlijke handel’.

Juryrapport

‘Max Havelaar, de Nederlandse afdeling van Fairtrade, houdt twee keer zoveel geld overt aan de chocoladeverkoop als de Afrikaanse boeren.’

Fairtrade

Als je eerlijke koffie en chocola koopt, werk je mee aan een betere wereld. Of toch niet. Samen met een aantal Afrikaanse collega’s brengen Bjinse Dankert (GPD) en Janneke Donkerlo (freelance) meer schade toe aan het toch al niet brandschone imago van de eerlijke handel van Fairtrade. De Afrikaanse werkelijkheid komt niet overeen met de promotieteksten. De Afrikaanse boeren krijgen geen eerlijke prijs voor hun producten. Zij kunnen het hoofd amper boven water houden. Dat  blijkt uit bijdrages van een groep Afrikaanse onderzoeksjournalisten verenigd in onderzoeksforum Fair.  Uit het Nederlandse onderzoek blijkt dat Max Havelaar, de Nederlandse afdeling van Fairtrade, twee keer zoveel geld overhoudt aan de chocoladeverkoop  als de Afrikaanse boeren aan premie van de organisatie ontvangen.
Het onderzoek van de Nederlandse journalisten wint aan kracht door de medewerking van de groep Afrikaanse journalisten.

De Tegel