Winnaar ‘Onderzoek’

‘Maar ja, de oorlog hè. Het is vechten of doodgaan’

Onrealistisch, vinden agenten uit Kunduz het idee dat ze niet zullen vechten. ‘Het leger kan het niet aan. Wij móeten vechten.’

Door

Natalie Righton namens de Volkskrant

afghanistan

Taha (21) Sinds 3 maanden agent. ‘Ik ben gestopt met school om geld te verdienen voor mijn familie. Ik kan niet lezen en schrijven: agent was de enige baan die ik kon vinden.’ Foto: Ton Koene

Agenten in de Afghaanse provincie Kunduz zien het als hun taak om te vechten tegen terroristen. De mannen willen dat ook graag: om burgers en hun familie te beschermen tegen geweld. Toch wil de Nederlandse regering een ‘contract’ tekenen met Afghanistan, waarin wordt beloofd dat de agenten die zijn opgeleid door Nederlanders niet worden ingezet bij militaire operaties om actief te vechten tegen Taliban.

De Afghaanse agenten snappen ‘weinig tot niets’ van het plan van Nederland. Aan politie die alleen achter winkeldieven aangaat en door de straten patrouilleert, is weinig behoefte in Afghanistan, zeggen ze. De Volkskrant plukte willekeurig zes politietrainees op de politieschool in Kunduz uit de les en sprak uitgebreid met ze over hun dagelijks leven als agent in het door oorlog verscheurde Afghanistan en hun betrokkenheid bij gevechtsoperaties. Hun relaas laat zich samenvatten in één zin: Ze vechten om te overleven.

Overlevingskansen

Abdul R. (circa 35 jaar) uit de naburige provincie Takhar, schudt zijn hoofd als hij hoort over het plan van de Nederlanders om politie niet te laten vechten: ‘Het staat totaal los van de realiteit in Afghanistan. In mijn district bijvoorbeeld, wordt politie vaak aangevallen door terroristen. Als de politie niet tegen ze vecht, maar wacht tot het leger komt helpen, is het te laat. Dan hebben ze ons al gedood. In afgelegen Afghaanse districten is namelijk geen leger. Die zitten alleen in het centrum van Takhar. Op het platteland moet je als politie vechten om te overleven.’

Hij benadrukt dat politie ‘dus niet alleen bij checkpoints moet blijven staan en op straat moet patrouilleren, maar actief moet jagen op terroristen en ze helpen uit te schakelen’. De belangrijkste motivatie van Abdul R. om zijn baan als winkelier een jaar geleden op te geven en bij de politie te gaan is zelfs om beter te leren vechten: ‘Ik ben bij de politie gegaan omdat ik denk dat ik zo betere overlevingskansen heb. Ik heb gehoord dat de Taliban nu ook naar Noord-Afghanistan komen, naar ons  district. Ik moet leren vechten om ze te kunnen verslaan. Ik moet mijn familie beschermen. Anders gaan we straks allemaal dood.’

‘Taliban zijn wild en bruut. Ik heb eens gezien hoe Taliban een agent doodden op een gruwelijke manier. Eerst hakten ze zijn handen af, toen werd zijn schedel ingeslagen. Ik wil mijn vrouw en kinderen beschermen tegen deze bruten, daarom zit ik bij de politie.’ Het is gevaarlijk om bij de politie te gaan, weet Abdul R. ‘Taliban willen je doden. Maar we moeten dat gevaar accepteren. We moeten onszelf leren beschermen en zorgen dat de Taliban niet de macht overnemen.’

De zesweekse training die hij nu op de politieschool van Duitse trainers krijgt, is niet lang genoeg, vindt Abdul R. Maar hij is blij met alle lessen die hij kan meepikken. Het belangrijkste wat hij leert als agent is: ‘Reageren op aanvallen van terroristen op checkpoints, zoals we vandaag op school naspeelden. Vervolgens terroristen achtervolgen en uitschakelen in huis. Leren hoe je jezelf moet beschermen tegen mijnen die in de grond zitten, is ook belangrijk’. Wat hij mist op de politieschool? ‘We leren nu vooral hoe we moeten reageren op een aanval. Ik wil ook leren hoe we uit onszelf gebouwen en dorpen moeten doorzoeken om terroristen te vinden en uit te schakelen. Dat heb ik straks nodig in mijn district als de Taliban komen.’

Vechten voor macht

Het verhaal van Abdul R. als agent in Afghanistan, blijkt geen uitzondering. Bij de schietbaan van de politieschool in Kunduz treffen we Hasib (circa 25 jaar), een jongen met een trieste blik die acht maanden geleden bij de politie ging. Zijn hele leven is het al oorlog, vertelt Hasib. Vechten zit in zijn bloed en ook in dat van zijn familie. Zijn vader vocht tegen de Russen en Taliban vanuit de Panjshirvallei. Kleine Hasib hielp zijn vader met radioverbindingen maken. Vechten is zijn hobby, zegt hij. Hasib vindt het volstrekt onrealistisch dat hij straks als agent niet zal vechten. ‘We worden regelmatig aangevallen. Ik wil ook graag leren hoe ik zelf aanvallen moet uitvoeren op terroristen. Dat is heel goed om te leren, want dat moet ik straks ook doen.’

Hasib is gestationeerd in Kabul, maar werd tijdens zijn korte diensttijd al meerdere keren als agent uitgezonden naar ‘vechtprovincies’ Kandahar en Kunduz. Ook Hasibs motivatie om bij de politie te gaan, is om te leren hoe hij moet vechten. ‘In Afghanistan is het vaak oorlog. Het is belangrijk om te kunnen vechten en macht te hebben. Een familielid van mij is nu commandant in het leger. Als ik sterk genoeg ben, geeft hij mij tien soldaten en kan ik mijn eigen groep leiden’, zegt hij. ‘Mijn toekomst is in het leger.’

Het belangrijkste dat Hasib leert op de politieschool: ‘Leren hoe je iemand arresteert, bijvoorbeeld een Talib. En hoe je je vriend moet redden als hij gewond is. Ik weet nu hoe ik een arm kan afbinden om het bloeden te stoppen. Ik kan ook mezelf redden. Ik kan zelfs mijn eigen arm afbinden als ik ben geraakt door een mijn of een kogel.’ Het zijn niet direct vaardigheden die je associeert met het werk van een civiele politieagent, maar het is wel de realiteit van mannen als Hasib en Abdul R.

Talibanbolwerk

De 23-jarige Amir ontmoeten we als hij leert marcheren op de politieschool. Marcheren is ook niet direct een politietaak, maar Amir is er blij mee, want voor hem is agent zijn hetzelfde als soldaat, vertelt hij als hij even later een sigaretje rookt op een stoepje van zijn school. Amir komt uit Talibanbolwerk Archi, een district in het noorden van Kunduz. ‘Ik heb mij een jaar geleden aangesloten bij de burgerwacht (militia) in Kunduz om te vechten tegen Taliban. Vijf maanden heb ik gewacht om officieel bij de politie te komen. Nu is het eindelijk gelukt.’

Amir heeft een uitzonderlijk moeilijke keuze moeten maken toen hij agent werd. ‘Ik ben Pathaan dus in zekere zin vecht ik als politie tegen mijn broeders (Taliban uit zijn district zijn Pathanen). Maar het zij zo. Ik haat de Taliban, want ze kwamen naar mijn district Archi en sloegen en mishandelden mij. Ze maakten mijn land kapot toen ik nog boer was.’ Het is vooral voor hem gevaarlijk om bij de politie te zitten, weet Amir. ‘Ik kan nooit meer naar huis als burger, want Taliban zullen mij doden. Nu ik de keus heb gemaakt om bij de politie te gaan, zal ik tot het einde van mijn leven dit politieuniform en wapen moeten dragen. Zonder wapen doden ze mij.’

Het is belangrijk dat een agent leert vechten, vindt ook Amir. ‘Als je bij een checkpoint staat kun je aangevallen worden. Het is ook belangrijk voor een agent om erop uit te trekken en mee te doen aan militaire operaties in de provincie. Anders laat je burgers in de steek. Agenten zijn er ook voor om terroristen uit te schakelen, uiteraard.’

Amir is zeer uitgesproken over het plan van de Nederlanders om uitsluitend civiele politie op te leiden. ‘Laat ik het zo zeggen: het belangrijkste wat ik op de politieschoolleer, is hoe ik een wapen moet laden en hoe ik moet schieten. En hoe ik een gebouw of gebied schoonveeg van terroristen en dat ik leer vechten in een team. Alleen zo kun je als agent overleven in dit land.’

Geld

De jonge agenten Taha (21), Abdul H. (19), en Kefayatullah (18) zijn bij de politie gegaan om geld te verdienen voor hun familie. Stuk voor stuk waren hun vaders te arm om school te betalen. Ze kunnen niet lezen en schrijven, net als de meeste van hun collega’s, en konden mede daarom geen ander werk vinden. Het salaris van een agent is ongeveer 130 euro per maand, een bedrag dat ze meestal rechtstreeks aan hun vader afstaan om de familie te onderhouden.

Ook al hebben ze geen patriottistische motieven om bij de politie te gaan, vechten willen ze wel. Taha, wiens gezicht als baby verbrandde bij een ongeluk, zegt: ‘Ik vind het wel een goed idee dat het leger vooral vecht met terroristen en dat de politie er is om criminelen te bestrijden. Maar de realiteit is dat het leger het niet alleen aankan. Ze zijn met te weinig. Dus wij agenten moeten ook vechten. Het belangrijkste wat hij leert op de politieschool, vindt hij ook: ‘hoe je een wapen laadt en hoe je moet schieten.’

Abdul H. (19) zit al bijna drie jaar bij de politie, maar krijgt nu voor het eerst een opleiding als agent. Hij is in het verleden regelmatig ingezet bij gevechten en verwacht dat na zijn opleiding ‘uiteraard’ ook weer te doen. ‘In de provincie Badakhshan heb ik gevochten tegen Taliban en tegen dieven. Het is goed als politie alleen tegen criminelen vecht, maar in de praktijk is dat niet mogelijk. Ik vecht mee als mijn commandant dat vraagt.’

Aan zijn gezicht met puistjes te zien, is het twijfelachtig of Kefayatullah al 18 jaar is. Hij zit sinds twee maanden bij de politie om als oudste zoon geld te verdienen voor de familie. ‘Mijn vader zegt dat ik 18 ben, dus mocht ik bij de politie.’ ‘Agent is gevaarlijk werk ja’, zegt Kefayatullah. ‘Maar ik ben niet bang. Ik geloof dat Allah beslist wanneer je dood gaat. Het maakt dus eigenlijk niet uit wat voor werk ik doe. Als mijn tijd is gekomen, ga ik dood. Anders niet.’

‘Als mijn commandant mij vraagt om te vechten, dan vecht ik mee uiteraard’, zegt Kefayatullah met zachte stem. ‘Ik heb geen andere keus. Wij moeten het Afghaanse leger soms helpen met vechten tegen terroristen. Het maakt mij niet uit wat de Nederlanders daarvan vinden. ‘Mijn commandant is mijn baas. Ik doe wat hij zegt. Ik moet deze baan houden, anders hebben mijn ouders, broers en zussen niets te eten.’

Dromen

Als het geen oorlog was in Afghanistan, dan zouden geen van deze jongemannen vechten, noch zouden ze agent zijn, vertellen ze. Hun ogen fonkelen als we vragen naar hun dromen. Abdul R. zou een restaurantje runnen, zegt hij, Hasib was autoverkoper, Taha ambtenaar, Kefayatullah bouwvakker. En Abdul H.? Die droomt van beroemd worden of een baan als taxichauffeur in een rijk land. ‘Maar ja, de oorlog hè? Het is vechten of doodgaan.’

 

Van analfabete boer tot agent in zes weken

De studenten leren vooral hoe te overleven. De Duitsers van de politieschool in Kunduz weten dat het oorlog is in dit deel van Afghanistan.

Door

Natalie Righton namens de Volkskrant

afghan1

Afghaanse politieagenten in opleiding wordt met behulp van poppetjes van Playmobile uitgelegd hoe ze het beste tactisch kunnen optrekken Foto: Ton Koene

Een terrorist opent het vuur op een groep politieagenten bij een wegversperring in Noord-Afghanistan. Het geluid van de mitrailleur is oorverdovend; knal na knal, lege patroonhulzen vallen. Uit reflex vallen de agenten op de grond, ze kruipen in greppels, proberen zich te oriënteren: is er één aanvaller of zijn er meer? ‘Wat moeten we doen?’, schreeuwt een agent in paniek naar zijn commandant. Ondanks het geweervuur raakt niemand gewond.

Hoe levensecht het ook lijkt, het is een nepaanval.We zijn op de politieschool in Kunduz, waar Duitse agenten hun Afghaanse collega’s proberen te leren wat het inhoudt om politieagent te zijn. Trainer Piller heeft zich verkleed als terrorist, compleet met geblokte Arafat-sjaal om zijn hoofd, een plastic bom om zijn middel en losse flodders in zijn mitrailleur. Collega-trainer Andreas kijkt afwisselend vermakelijk en wanhopig toe hoe zijn agenten in opleiding reageren als ‘terrorist’ Piller het vuur opent. Sommigen zijn compleet gedesoriënteerd, anderen klungelen met hun houten geweertjes. Een aantal studenten houdt de replica van hun mitrailleur netjes in de schiethouding, bij de rest bungelt de mitrailleur richting de grond of elkaar. Ze struikelen over hun voeten.

‘De meeste rekruten waren hiervoor boer’, zegt Andreas. Aan de negen Duitse trainers in Kunduz de zware taak de ‘boeren’ in zes weken om te vormen tot agent. Er zijn ook rekruten die al jaren werken als agent, maar nu voor het eerst een officiële training volgen.  ‘Maar als ik eerlijk ben, denk ik dat de meesten geen flauw idee hebben wat het inhoudt om agent te zijn’, zegt Andreas. ‘Ze zijn bij een controlepost neergezet, staan daar, houden een wapen vast. En dat is het wel een beetje.’

Ongeschoold

Het is niet zo gek dat de Afghaanse politie zo’n laag niveau heeft, zegt de Duitse trainer Andreas even later, terwijl de nepaanval in volle gang is. Want de meeste agenten (90 procent) komen ongeschoold binnen op de politieschool in Kunduz. ‘Ze zijn analfabeet en kunnen slecht schieten’, zegt Anderas. ‘Maar het lastigste is dat ze nooit hebben  geleerd te leren, waardoor hun concentratieboog ontzettend kort is.’

Theorielessen zijn daardoor vrijwel onmogelijk op de politieschool in Kunduz: de Afghaanse studenten vallen in slaap of hun gedachten dwalen af. Alles moet in de praktijk worden voorgedaan. ‘Zelfs basishygiëne – zoals een wc, douche of een tandenborstel gebruiken – moeten we hun leren. Dat kost een paar dagen’, zegt Andreas. ‘Het is echt het laagste niveau wat je je kunt voorstellen.’

Achtervolging

Direct na de nepaanval op de wegversperring, zetten de rekruten de achtervolging in op nepterrorist Piller. Hij is een gebouw op het schoolterrein in gevlucht, dat de rekruten nu omsingelen. Dan worden ze weer aangevallen. Knallen en vuur vonken komen uit de bovenste verdieping, richting de politiestudenten. De meesten van hen rennen direct in de richting van de plek waar de knallen vandaan komen.

‘Kijk, nu gaat het fout’, zegt Andreas, terwijl hij van een afstand toekijkt. ‘Afghanen hebben een sterk achtervolgingsinstinct. Ze willen er meteen op af om terug te slaan. Maar ze moeten leren eerst dekking te zoeken, en daarna pas het gebouw in te gaan.’

Maar dekking zoeken, doet vrijwel geen enkele Afghaanse agent. De rekruten rennen massaal naar de bovenste verdieping waar het vuur vandaan komt, ze vergeten de kamers op de onderste verdieping te controleren. Nepterrorist Piller wordt enkele seconden later onverbiddelijk neergeschoten door de Afghaanse agenten. Hij simuleert geraakt te worden en valt op de grond.

Dan maken de rekruten een tweede fout. Ze ontdekken de nepbom om Pillers middel en beginnen eraan te trekken. De Afghaanse leider van de groep schrikt als enige en schreeuwt: ‘Stop! Bom! Iedereen naar buiten!’ Dertig man hollen zo snel ze kunnen naar buiten. ‘Oké, de simulatie is voorbij!’, roept Andreas een paar seconden later. Nepterrorist Piller staat lachend op en buiten verzamelt het groepje studenten zich voor de evaluatie.

Ook in de vierde week van de training wordt het er nog een keer ingehamerd door Andreas: ‘Zoek dekking als je kunt. En als je een bom ziet: blijf ervan af en ren zo snel mogelijk weg.’ De studenten knikken, maar de vraag is of de boodschap in de vijfde week wel blijft hangen. Andreas schudt zijn hoofd.

Ordelijk

De politieschool in Kunduz is klein, maar zoals het Duitsers betaamt: uiterst efficiënt ingericht, ordelijk en netjes. Geen vuil op straten zoals elders in Kunduz: hier heerst discipline. Elke ochtend wordt een vlaggenparade gehouden: zowel de Duitse als Afghaanse driekleur wordt gehesen. Er is ruimte voor 120 studenten. Aankomende zomer wordt de capaciteit opgerekt naar 530 rekruten. Dat is elke zes weken dus een nieuwe groep van ruim vijfhonderd rekruten die wordt klaargestoomd om als agent te werken. Er is dringend behoefte aan extra trainers, zoals de Nederlanders. ‘Ze zijn van harte welkom’, zegt Andreas.

Er is nog een probleem: zes weken opleiding is veel te kort. Of de studenten daarna genoeg vaardigheden hebben om te overleven, weet de directeur van de politieschool, Birgit Riedesel, niet zeker. ‘We doen ons best’, zegt ze in haar kantoor in Kunduz. ‘Maar alleen na herhaling blijven de geleerde lessen hangen – en voor herhaling hebben we weinig tijd.’

De Duitsers maken er geen geheim van dat ze hun studenten – in de korte tijd die er is– zoveel mogelijk vaardigheden willen leren om te overleven. Ze realiseren zich goed dat het oorlog is in dit deel van Afghanistan. Veel nadruk wordt daarom gelegd in het omgaan met een wapen.

Vechten

De Duitsers zijn niet zo bezorgd als de Nederlanders wat politierekruten gaan doen na hun training. ‘Velen van hen zullen ook vechten’, zegt Riedesel. ‘Hoewel we ze opleiden als civiel agent, zitten er ook militaire aspecten in de opleiding.’ Dat blijkt uit het rollenspel van de aanval op de wegversperring vandaag. De Duitsers leren de Afghaanse agenten om zichzelf te verdedigen na een aanval. Maar vervolgens leren ze hen ook hoe ze een gebouw moeten binnenvallen en een terrorist moeten uitschakelen. ‘De scheidslijn tussen politiewerk en militair werk is dun in Afghanistan’, zegt Riedesel. ‘Dat is de realiteit.’

De meeste lessen op de politieschool in Kunduz zijn afgestemd op die gewelddadige realiteit in Afghanistan. Bij de schietbaan wordt druk geoefend om kartonnen doelwitten aan flarden te schieten. Even verderop is een hindernisbaan, waar agenten eenmaal over de finish leren hoe ze zo snel mogelijk een wapen moeten laden. ‘Ze moeten leren hoe ze een wapen herladen als ze uitgeput zijn, zonder na te denken. Het moet hun instinct worden. Dat kan straks hun leven redden’, zegt trainer Andreas.

In de middag krijgen de rekruten van Andreas les in ‘tactisch bewegen’. De opdracht is dat ze fictieve terroristen achtervolgen. In rijen rukt een groep studenten meter voor meter op, terwijl een tweede rij achter hen dekking geeft.

Playmobil-poppetjes

Het theoretisch gedeelte van de les wordt voorgedaan met Playmobilpoppetjes in het zand. ‘Kijk’, zegt een trainer, ‘zo beweeg je je door een straat en voorkom je dat je in je rug wordt geschoten.’ De studenten kijken aandachtig naar de plastic poppetjes. De Afghaanse politierekruten vinden al die lessen over tactisch bewegen in vijandelijk gebied en de schietlessen uiterst bruikbaar, vertellen ze. ‘Het belangrijkste wat ik hier leer is: leren hoe ik een wapen moet laden en hoe ik goed moet schieten’, zeggen de meesten.

Dat schieten gaat overigens alleen op de schietbaan met echte wapens. Slechts twee wapens zijn geladen met echte kogels, terwijl de rekruten in de gaten gehouden worden door hun trainers. ‘We willen niet dat ze gewond raken door echte kogels’, geeft Andreas als verklaring. ‘En natuurlijk denken we ook aan onze eigen veiligheid. Je moet er niet aan denken dat een van hen het vuur op ons opent.’

Aan het einde van de lesdag moeten zelfs de houten geweertjes worden ingeleverd. Ook die gaan achter slot en grendel. Als de zon zakt in Kunduz, druipen de agenten af naar de verplichte lees- en

schrijfcursus op de politieschool. Zitten in een leslokaal: het is voor de meesten een zware opgave. Na een kwartier ligt de eerste rekruut te slapen in zijn lesbank.

Het zwaarste van politietrainer zijn in Kunduz? Andreas: ‘Dat je geduld soms het maximum bereikt.’

 

Kunduz: half miljoen per agent

Het gedeeltelijk opleiden van één Afghaanse politieagent in Kunduz kost Nederland dit jaar ruim een half miljoen euro. Dit blijkt uit cijfers van het Nederlandse ministerie van Defensie en de politie van de provincie Kunduz. De trainingsmissie begon in juli en kost dit jaar 105 miljoen euro.

Door

Natalie Righton namens de Volkskrant

In totaal worden 189 agenten uit Kunduz begeleid door Nederlandse trainers. Driekwart volgt een training die doorloopt in 2012. Zij kregen tot nu toe slechts enkele uren les. Defensie wijst erop dat de opstartkosten – zoals verhuiskosten – zijn meegerekend. ‘Daarom kunnen de kosten dit jaar niet zomaar worden toegeschreven aan opgeleide agenten.’

Volgend jaar zouden de kosten volgens deze zienswijze lager moeten zijn, want dan zijn er geen opstartkosten. Dat is echter niet het geval. In 2012 en 2013 zijn de kosten geraamd op 109 miljoen euro per jaar. In 2014 kost Kunduz 94 miljoen.

Er zijn genoeg Nederlandse opleiders om meer agenten te trainen en de kosten per agent te drukken, maar het Haagse mandaat is beperkt; trainers zijn werkeloos geweest en eerder naar huis gestuurd. Over hoeveel les agenten krijgen, verschillen de meningen. Volgens de Afghanen is het 12 uur per agent. Defensie wijst erop dat trainers ook meelopen op patrouille. De Nederlanders maken dan notities voor later op het lesterrein. De Afghanen zien dit ‘meekijken’ niet als training. De politie in Kunduz vindt de begeleiding sowieso te mager. De lestijd is zo kort dat ‘de stof snel wordt vergeten’, aldus plaatsvervangend politiechef Gholam Mohammad Farhad.

De missie omvat meer dan alleen politie. Zo wordt geïnvesteerd in de rechtsstaat: 22,5 miljoen euro tot 2014. Van dit geld krijgen onder anderen rechters, aanklagers en juristen cursus (dit jaar 174 personen). Dit wordt echter betaald uit een ander budget dan de 105 miljoen euro die aan de Tweede Kamer is gemeld. Ook voor de Nederlanders die via de Europese missie Eupol Afghanen doceren, komt geld uit een ander potje.

De vier lokale F-16’s met ondersteuning van 120 personen hebben volgens Defensie altijd ‘primair als doel gehad de politietrainingsmissie in Kunduz te ondersteunen’. Zij worden dus ingezet om het opleiden van agenten mogelijk te maken. De kosten van de F-16’s zijn daarom meegerekend in de opleidingskosten.

Defensie stelt dat de F-16’s worden ingezet ten behoeve van alle onderdelen van de missie. ‘Daarbij ligt weliswaar het accent op de opleiding en training van agenten, maar de ondersteuning is voor de gehele missie en alles wat daarbij hoort.’

Defensiedeskundige Ko Colijn, directeur van instituut Clingendael, vindt een half miljoen euro per agent verbazingwekkend. Voor een goed beeld lijkt het hem beter ‘de totale kosten van de missie te delen door alle agenten die in drie jaar worden opgeleid. Helaas is de regering vaag over het verwachte aantal cursisten.’ Hij noemt de Nederlandse operatie ‘duur, maar niet duurder dan die van andere landen’.

Of agenten opleiden honderden miljoenen euro’s waard is, lijkt Colijn een politieke vraag. ‘Dan moet je ook kijken naar de reputatie van Nederland.’ Wie niet meedoet, wordt doorgaans genegeerd   ‘Dat kan schadelijk zijn voor een kleine economie die zich bovendien profileert als juridisch centrum ter handhaving van de internationale rechtsorde.

 

Agenten Kunduz willen meer les

De Afghaanse politiemensen die door Nederlanders worden getraind, vinden de twaalf uur les die ze krijgen te weinig. De tussenpozen zijn zo groot dat veel stof wordt vergeten.

Door

Natalie Righton namens de Volkskrant

vk-afghanistan

Politierekruut Najiba Tanho (30) tussen twee collega’s in Kunduz. Foto: Ton Koene

Afghaanse agenten in Kunduz zijn positief over de lessen die zij krijgen van Nederlandse politietrainers. Maar ze vinden dat de opzet van de huidige praktijktraining voor ervaren agenten moet veranderen, omdat de lesstof onvoldoende beklijft.

Het aantal lesuren praktijkbegeleiding is volgens de Afghaanse agenten zo laag en de tijd tussen twee lessen zo lang dat zij de geleerde lesstof snel weer zijn vergeten. Dat zegt de plaatsvervangend politiechef van Kunduz, Gholam Mohammad Farhad. Hij is blij dat de Nederlanders training willen geven om de kwaliteit van het politieapparaat te verbeteren. Maar de uitvoering van die praktijktraining voldoet niet aan zijn verwachtingen. ‘Ik ben het niet eens met de huidige werkwijze’, zegt politiechef Farhad.

Een agent in Kunduz krijgt nu vier uur les van Nederlanders en pas vijf weken later weer vier uur. Dat is sinds het begin van de training op 26 september tot eind van dit jaar maximaal twaalf uur les per agent. Die lessen worden gegeven op een speciaal trainingskamp aan de rand van Kunduz-stad.

Het Nederlandse ministerie van Defensie zegt dat het werkelijke aantal lesuren hoger ligt, omdat Nederlanders ook langsgaan op de politiebureaus van de Afghaanse agenten in Kunduz-stad en omdat zij soms meelopen met agenten terwijl zij patrouilleren en auto’s doorzoeken. De Afghanen beschouwen dit ‘meekijken’ niet als lesgeven. De Nederlanders maken volgens hen aantekeningen, maar zeggen niks. ‘Dat is geen lesgeven’, zeggen politiecommandanten van de vier politiebureaus in Kunduz.

Politiechef Farhad heeft kritiek op zijn politieorganisatie. Het hoofd opleidingen van de politie Kunduz – Sediq Khan – bedacht de opzet van eenmaal les per vijf weken. Hij deed dat omdat hij kampt met een ernstig personeelstekort. De politie in Kunduz kan per dag maximaal tien ervaren agenten ‘afstaan’ aan de Nederlanders voor training, omdat anders te veel politieposten onderbemand zijn en de Taliban makkelijker zouden kunnen aanvallen.

De Afghaanse politiechef heeft geluisterd naar klachten van zijn politiemannen over het tekort aan training en zegt nu dat het beter is om een groep van tien agenten zes dagen achtereen les te geven. ‘Dan leren ze veel meer en onthouden ze de lesstof beter. Het is beter voor de student, maar ook voor de leraar. Je kunt agenten echt iets bijbrengen.’

De vier politiecommandanten van Kunduz reageren voorzichtig positief op het plan. ‘Als mijn politiepost elke week twee of drie man voor zo’n zesdaagse training moet afstaan, is dat haalbaar’, zegt Badruddin Aimaq (26), commandant opleidingen van politiestation 1. ‘Ik denk dat het beter is om zes dagen achtereen les te hebben. Dan krijgen we tenminste een afgeronde cursus en een diploma.’

Farhad heeft het voorstel tot wijziging van de praktijktraining in oktober bij de Nederlanders gedaan. Die hebben nog geen besluit genomen. De Nederlanders in Kunduz zijn bezig met een ‘wisseling van de wacht’. Over de inhoud van de praktijktrainingen zijn vrijwel alle politieagenten in Kunduz positief. De meeste waardering krijgen de lessen in het doorzoeken van auto’s, de medische training en de lessen in het herkennen van een bermbom.

De 32-jarige politieagent Juma Khan, die dagelijks auto’s moet doorzoeken op explosieven, zegt dat hij door de lessen nu beter weet waarop hij moet letten. ‘Ik weet ook hoe ik iemand netjes moet vragen om uit de auto te stappen.’ De jonge agent wil graag vaker les, hij wil vooral leren hoe hij verdachten moet herkennen, zodat terroristen niet meer met bommen Kunduz-stad in komen.

Ook de waardering voor de basistraining voor nieuwe politierekruten is groot. Tijdens die achtweekse basiscursus krijgen nieuwe rekruten fulltime les van Nederlanders. Daarover is de Afghaanse politietop in Kunduz zeer tevreden. Het eerste klasje van dertig nieuwe politieagenten studeert 1 december af.

Juryrapport

‘Natalie Righton geeft in de uitvoering van haar werk voortdurend blijk van doortastendheid en onverschrokkenheid.’

Politietrainingsmissie

Het kabinet zette begin 2011 in op een missie in Kunduz en kreeg daarbij steun van GroenLinks. Voorwaarde voor die partij was dat het wel om een trainingsmissie zou gaan. De door Nederland opgeleide militairen mochten geen militaire taken verrichten.

Volkskrantcorrespondent in Afghanistan Natalie Righton wilde weten hoe realistisch deze missie dan nog was en ontdekte gaandeweg dat de Afghaanse werkelijkheid weerbarstiger was dan de Haagse realiteit. Ze ging voor haar verhalen terug naar de basis en verdiepte zich in de Afghaanse agenten. Die kwamen ook zelf aan het woord en vertelden hoe ze over de missie dachten. De kop boven de eerste publicatie over het onderwerp zorgde meteen voor opschudding: ‘Wij willen vechten tegen de Taliban.’

Uit de mond van verschillende agenten uit Kunduz tekende ze op dat ze het idee niet te zullen vechten onrealistisch vinden. ‘Het leger kan het niet aan, wij móeten vechten.’ De directeur van de politieschool in Kunduz waar Duitse agenten hun Afghaanse collega’s leren wat het inhoudt om politieagent te zijn zei: ‘de scheidslijn tussen politie- en militair werk is dun, dat is de realiteit.’ De agenten in Kunduz die door Nederlanders getraind werden zetten sowieso vraagtekens bij de aangeboden lesstof. De twaalf uur les die ze krijgen vinden ze te weinig. En de tussenpozen zijn zo groot dat veel van de stof wordt vergeten.

Natalie Righton kon haar verhalen maken omdat ze een groot en goed netwerk in Afghanistan had opgebouwd en in de uitvoering van haar werk voortdurend blijk geeft van doortastendheid en onverschrokkenheid. Daarbij beschikt ze over een fikse dosis gezond verstand en gaat ze nuchter te werk. Ze plukte willekeurig zes Afghaanse politietrainees van de politieschool in Kunduz en sprak uitgebreid met ze over hun betrokkenheid bij gevechtsoperaties. De rode draad: ze vechten om te overleven. Uit de reacties op de verhalen bleek dat de missie voor zowel kabinet als GroenLinks een open zenuw bleef.

De Tegel