Winnaar ‘Achtergrond’

Vreemdelingen en bijwoners

Molukker Mathijs Souhoka is 2 jaar oud als hij vanuit Indonesië naar Nederland wordt verscheept. Hij en zijn familie gaan wonen in de barakken van het voormalig Joodse doorvoerkamp Kamp Conrad in Rouveen (Staphorst). Er is nauwelijks contact tussen de autochtone bevolking en de Molukkers. Zelfs wanneer een Moluks kind verongelukt onder een boerenkar lijkt het stil te blijven. En daar heeft Souhoka het 50 jaar later nog moeilijk mee. Hij begint een confronterende zoektocht naar erkenning van zijn geschiedenis en zijn bestaan.

Door

Geertjan Lassche namens RTV Oost

Juryrapport

‘Iedereen die aan het woord komt is schokkend eerlijk, het ongemak doet pijn, het verhaal gaat onder de huid zitten. En wat een prachtige beelden…’

Vreemdelingen en bijwoners

“Ik voel me helemaal niks” zegt Mathijs Souhoka aan het begin van de film. Als peuter kwam hij met zijn familie “tijdelijk” naar Nederland. Vader was gewezen KNIL-militair. De Souhoka’s werden met andere gezinnen ondergebracht in kamp Conrad, voormalig joods werkkamp bij Rouveen, gemeente Staphorst, hardcore bible-belt.

“Wie is er verantwoordelijk voor dat ik me ontheemd voel?”, vraagt Souhoka zich af. Hij zoekt de confrontatie. Met Rouveners die de Molukse bewoners van het kamp totaal links lieten liggen. Met joodse nabestaanden, waarom voelen die geen band met de Molukkers, ze hebben toch in hetzelfde schuitje gezeten? De Rouveners zeggen zonder met de ogen te knipperen dat ze niets moesten hebben van die gekleurde nietsnutten met hun rare eetgewoonten.

De Holocaustoverlevenden maken Souhoka keihard duidelijk dat ze helemaal niet in dezelfde situatie zaten. Souhoka zoekt verder, tot in zijn paradijselijk geboortedorp op de Molukken. Hij stelt uiteindelijk vast dat hij de verantwoordelijkheid voor zijn ontheemde gevoel dichterbij moet zoeken.

“Vreemdelingen en Bijwoners” is een film die sterke gevoelens oproept, weerzin zelfs. “You love it or hate it” klonk het tijdens het juryberaad. De film schuurt. Mathijs Souhoka intrigeert en irriteert. De gesprekken met Rouveners zijn ongemakkelijk, de ontmoeting met joodse overlevenden is bijna niet om aan te zien en de woede-uitbarsting als de documentairemaker een confronterende vraag stelt, is pijnlijk. Als de hoofdpersoon het aandurft de oorzaken en omstandigheden meer bij zichzelf, in de eigen gemeenschap en de persoon van zijn vader te zoeken, verzacht de blik van de kijker en is er ruimte voor ontroering en begrip.

Dat Geertjan Lassche zelf uit Staphorst komt, zal geholpen hebben het vertrouwen te winnen van deze zo gesloten gemeenschap, maar dat het hem gelukt is de camera mee te nemen tot aan de keukentafel is uniek. Iedereen die aan het woord komt is schokkend eerlijk, het ongemak doet pijn, het verhaal gaat onder de huid zitten. Lassche graaft en wroet tot het zeer doet. Maar wat een prachtige beelden…

Mathijs Souhoka overleed kort na de première van de film en de onthulling van het monument voor kamp Conrad, september 2011. Zijn zoektocht is niet alleen die van een enkele Ambonees die daar in dat kamp heeft gezeten. Het is het universele verhaal van een groep die is ontworteld en door moet in een ander land. Van de Nederlanders die niet weten wat ze ermee moeten en de nieuwelingen dus maar links laten liggen.

Het is het verhaal van de mens die zoekt naar afkomst en identiteit, de mens die terugkijkt op zijn leven en vaststelt dat hij nu eenmaal is wie hij is, door het leven dat hij heeft geleid.

De Tegel