Drieluik hulp-televisie

Hulp aan het lijf

Door

Lineke Nieber namens NRC

Donnee Gans wilde betere tanden, dus gaf ze zich op voor het tv-programma Een Nieuw Begin. Ze kreeg er een borstvergroting bij. Maar haar nieuwe gebit vertoont gebreken.

Het leek een gouden kans. Donnee Gans, al haar hele leven last van zwakke tanden, kan via het programma Een Nieuw Begin (RTL) een tandartsbezoek cadeau krijgen. Ze is erfelijk belast, denkt Donnee. Zowel haar vader als moeder heeft een slecht gebit. Ontstekingen, tanden die afbreken. Althans, zegt ze: vooral in haar bovenkaak. Iedere tandarts adviseert het haar al jaren: laat een paar tanden trekken. Maar Donnee – diep in de schulden – kan zo’n behandeling onmogelijk betalen.

Als ze plaatsneemt in de behandelstoel van CDC Tandzorg in Best, de kliniek die haar gratis onder handen zal nemen, is het directeur Eric Dral die haar de diagnose geeft. Er zijn „röntgenfoto’s en digitale foto’s” gemaakt zegt hij, waarop blijkt dat het gebit „heel ernstig verslechterd is”. „We zullen jouw tanden moeten gaan verwijderen”, is zijn conclusie voor de camera’s van RTL. „Het is niet te behouden.”

HELPT HET?

NRC wilde weten: helpt hulptv? We kozen drie willekeurige programma’s: Een Nieuw Begin, Geef Mij Nu Je Angst en Herrie in de Keuken/Herrie in het Hotel (RTL). We spraken uitvoerig met ruim twintig deelnemers. Dertien daarvan zochten we op bij hen thuis, of in het restaurant dat ooit onder handen was genomen.

NRC brengt een drieluik over hulptelevisie. We publiceerden [1] Een Nieuw Begin over hulp aan het lijf, [2] Geef Mij Nu Je Angstover hulp aan het hoofd en [3] Herrie in de keuken over hulp aan het bedrijf.

Reacties: l.nieber@nrc.nl

Als Donnee wakker wordt uit de narcose houdt presentatrice Angela Groothuizen haar een spiegeltje voor. „Niet schrikken, je make-up zit overal.” Ze zijn vier uur bezig geweest. In Donnees bovenkaak zit een losse prothese en onderin een klikgebit, een kunstgebit dat vastklikt op implantaten. Donnee is 25 jaar en al haar tanden kwijt.

Prothese

Maastricht, drie jaar later. In de woonkamer van haar rijtjeshuis, neemt Donnee plaats achter een halve liter Monster Energydrank. Slank is ze nog steeds, maar wel tien kilo zwaarder, meldt ze monter. Het gaat haar goed. En voor de duidelijkheid: dat heeft ze niet zozeer aan het televisieprogramma te danken.

Donnee wijst naar haar bovenlip: de dikke rand van de prothese is zichtbaar. Haar kunstgebit is zo groot dat ze het drie keer per dag moet vastlijmen. Donnee legt haar wijsvinger tussen haar rechterkiezen. „Als ik hier bijt, schiet-ie aan de andere kant los.” Wil ze een stukje vlees eten, dan snijdt ze dat in twee precies gelijke brokjes – voor iedere rij kiezen één.

Wie het programma zag, dacht dat Donnee zo dun was omdat ze moeite had met eten, door die slechte tanden dus. Zo staat het ook nog altijd op de website van het programma: door de behandeling bij CDC is de „functionele en cosmetische functie” van Donnees gebit „volledig hersteld”: „ze kan weer normaal eten”. Donnee: „Heel eerlijk: voor de operatie ging eten makkelijker dan nu.”

Veel van haar tanden, zegt ze, wáren er slecht aan toe. Maar waarom ook álle ondertanden getrokken moesten worden, dat weet Donnee eigenlijk niet. „Er zaten een paar vullingen. En ik had wel eens ontstekingen. Maar zoveel last als boven heb ik onder niet gehad.” Donnee schrok toen Eric Dral zijn conclusie deelde. Ze dacht dat hij tandarts was. Maar ze dacht óók: „Dit is mijn kans. Dan ben ik er maar vanaf.”

Klikgebit

Kort voor de uitzending klopt Donnee opnieuw aan bij CDC – en later ook bij de redactie van het programma. Dat haar kunstgebit te groot was, zagen ze in Best ook wel. Een kaak slinkt als alle tanden worden verwijderd, het eerste gebit is een nóódgebit. Bij CDC raadden ze haar daarom ook boven een klikgebit aan – met daaraan een voor haar onhaalbaar prijskaartje. CDC noemt het „een nieuwe zorgvraag”, en die zijn voor eigen rekening.

Een klikgebit? Donnee: „Waarom hebben ze me dat niet eerder uitgelegd?”
Donnee kan zich niet herinneren dat ze ooit een behandelplan heeft gezien, laat staan ondertekend. Dat geldt ook voor deelnemer Renate Holtrop. CDC zegt de ondertekende papieren wel te hebben. NRC mag die omwille van de privacywetgeving niet inzien.

Een nieuw begin?

Donnee deed met vijftien andere vrouwen mee aan Een Nieuw Begin. Een programma uitgezonden in het voorjaar van 2013 en 2014, voor vrouwen die ‘getekend zijn door het leven’. Vrouwen die ziek zijn (geweest), heel veel afgevallen zijn, een kind hebben verloren, of hun man. Zij krijgen een ‘opknapbeurt’ en zullen zich acht weken later opnieuw presenteren aan het publiek. Zij krijgen, zo is de nadrukkelijke belofte, „de best mogelijke psychische en cosmetische zorg”.

Het programma is populair. Net als de geboden hulp. Na afloop van iedere aflevering meldden zich op de Facebookpagina van het programma tientallen kijkers, vrouwen meestal, die steun betuigen, tot tranen toe geroerd zijn, en zelf soms ook wel wat hulp kunnen gebruiken. „Angela, wanneer bel je mij? Ik kan een nieuw begin goed gebruiken.”

„Angela, wanneer bel je mij? Ik kan een nieuw begin goed gebruiken.”

Van de zestien deelnemende vrouwen spraken we er vier, en één die vergevorderd was in het selectietraject, maar uiteindelijk niet aan het programma mee mocht doen. Deze vijf vrouwen hebben één belangrijke overeenkomst: geen van hen heeft de financiële middelen om een cosmetische of tandheelkundige behandeling te ondergaan. Zij zagen deelname als uitkomst. En heus, benadrukken ze zonder uitzondering, zij zijn dankbaar voor dat wat ze ‘zomaar’ kregen. Maar voor het programma leverden ze ook veel in.

Beloften

Beloften werden niet altijd nagekomen, behandelingen werden half uitgevoerd. Hulp hield op zodra de camera’s waren verdwenen. Twee van de vier vrouwen die behandeld zijn, zouden ingrepen niet hebben laten uitvoeren als ze vooraf wisten wat de consequenties zouden zijn.

Geslaagde voorbeelden zijn er overigens óók: één van deze vier vrouwen is juist „enorm goed geholpen”, zegt ze, door de betrokken Velthuis Kliniek. Barbara is dolblij met haar nieuwe neus en te spreken over de programmamakers. Zij herkent zich niet in het verhaal van de andere deelnemers: „Ze zijn voor mij uitermate lief en heel zorgvuldig geweest.”

Donnees tante wist dat haar nichtje baalde van haar tanden. Daarbij was ze onlangs haar oma verloren – de vrouw die voor Donnee had gezorgd alsof het haar eigen dochter was. Misschien, dacht ze, kon RTL Donnee helpen in het rouwproces. Zij gaf Donnee voor het programma op.

Ook een borstvergroting

De redactie mailde na de aanmelding snel terug: zou er behalve haar tanden niet nóg iets zijn dat Donnee wilde veranderen aan zichzelf?

Op suggestie van een nichtje oppert Donnee dan een borstvergroting. En dan gaat het ineens heel snel. Er komen redacteuren van productiemaatschappij Blue Circle langs voor een interview. En Donnee wordt uitgenodigd in de Velthuis Kliniek.

Je bent in een roes. Dit is mijn kans, denk je. En misschien dat zij dat ook wel weten.

In dat stadium zo blijkt, zijn er nog veel meer vrouwen in de race. Bij aankomst in de kliniek zit de wachtkamer stampvol. Dat is ook het geval bij het bezoek van de andere vrouwen.

‘Dit is mijn kans, denk je’

En niet alleen bij Donnee wordt het aantal operaties opgeschroefd. Ook Sabine Koers – die zich had opgegeven voor de wallen onder haar ogen – krijgt de vraag of ze niet méér wensen heeft (haar antwoord: borsten). Esther (die niet met haar achternaam in de krant wil) en Renate Holtrop krijgen zelfs een specifieke suggestie, vertellen ze. Esther krijgt botox aangeboden. En Renate bieden ze in de Velthuis Kliniek aan behalve haar wallen ook haar neus onder handen te nemen. Renate: „Ik moest ter plekke beslissen. Ik had niet eerder een operatie overwogen.” Kort daarop wordt ze gebeld: of ze misschien óók naar de tandarts wil? „Het leek een logische stap”, zegt Renate. „Je bent in een roes. Dit is mijn kans, denk je. En misschien dat zij dat ook wel weten.”

Cosmetische ingrepen op televisie danken hun doorbraak aan Amerikaanse hitseries als The Swan, Extreme Makeover en Make me Beautiful – programma’s die tien jaar geleden miljoenen kijkers trokken. Het uitgangspunt is steeds: lelijke eend wordt zwaan. Inmiddels gaat er geen week voorbij of er wordt iemand geholpen op de Nederlandse tv: Hotter than my daughter, Dit is mijn lijf, Lelijke Eendjes, RTL Consult en Verslaafd!.

TV-operatie

Eén ding valt op: bij al deze programma’s is een uiterst selecte groep klinieken betrokken die zo goed als iedere tv-behandeling voor zijn rekening neemt – al járen. Drie namen keren steeds terug: Bergman Clinics, de Velthuis Kliniek en tandkliniek CDC zijn de absolute koplopers als het om tv-operaties gaat.

Donnee wordt weken na de intake in de Velthuis Kliniek ineens door een cameraploeg verrast. Ze moet in een auto stappen, die haar naar kasteel Wijenburg in Echteld (Gelderland) brengt. Daar ontmoet ze voor een draaiende camera presentatrice Angela Groothuizen, die haar meeneemt naar de ruimte waar ze zich acht weken later aan het publiek zal presenteren.

Zo vergaat het alle deelnemende vrouwen. Behalve de eerste opnames, worden nog diezelfde dag de formaliteiten geregeld. Aan een tafeltje in het kasteel tekenen ze voor deelname aan Een Nieuw Begin. Contracten die ze – ook bij nadrukkelijk verzoek – niet mee naar huis zullen krijgen. Wat er precies in staat herinneren de vrouwen zich niet meer. Behalve dit – en dat bevestigen drie van de vijf los van elkaar: op stoppen staat een boete, plus de gemaakte programmakosten. Wat twee van hen daarbij nog helder voor de geest staat is de geruststellende boodschap die ze bij ondertekening meekregen: zolang je leeft kun je terugvallen op de specialisten (tegen Renate) en tot een half jaar na de uitzending word je door de psycholoog bijgestaan (tegen Sabine).

Geen filantropische instelling

De Velthuis Kliniek is een gerespecteerde kliniek, gewaardeerd door de deelnemende vrouwen. Zij prijzen de hulp en de manier waarop ze er behandeld werden zonder uitzondering. Alleen: een filantropische instelling is de kliniek niet. Reclame maken voor (de diversiteit van) hun behandelingen, concluderen enkele vrouwen na hun deelname, speelde een belangrijke rol.

Neem Esther. Zij viel in een jaar tijd 35 kilo af. De overtollige huid op haar buik was fors, en zat haar behoorlijk in de weg. Ze droomde van een buikwandcorrectie en wilde daarom aan het programma meedoen. Toen zij – eenmaal geselecteerd voor Een Nieuw Begin – voor opnames in de Velthuis Kliniek aankwam, bleek haar behandelend arts echter „de borstendokter” – een van de artsen die gespecialiseerd is in borstvergrotingen. „Ze schrok toen ze mijn buik zag”, herinnert Esther zich. „Ze zei: ‘Oh, we hadden voor jou een minibuikwandoperatie in gedachten’.” Het plan was om alleen een reepje vel weg te halen, en niet de navel te verplaatsen – een ‘volledige buikwandplastiek’. „Ze wilden zich op mijn borsten focussen. Ik zei: dan doe ik het niet.”

Omdat Esther twee operaties niet ziet zitten, zegt ze, regelt de Velthuis Kliniek in allerijl dat buik (volledig) én borsten in één operatie worden aangepakt. Vraag voor Esther blijft nog steeds waarom. „Voor mij hoefden die borsten niet per se.” Natuurlijk: zij heeft ingestemd. En ze is blij met het resultaat. Maar liever dan een borstvergroting, wilde ze naar de tandarts.

‘Structurele problemen’

Hoe meer ingrepen, hoe groter ook de kans op complicaties. Kandidaten stemden daar natuurlijk zelf mee in, zou je kunnen zeggen. Maar wat nu als blijkt dat de productiemaatschappij of de kliniek niet altijd zorg draagt voor tegenvallers die na afloop ontstaan? Als hulp er alleen is zolang er draaiende camera’s zijn?

Daar komt bij dat over de tandheelkundige kliniek in Best die alle tv-ingrepen doet, al langer klachten bekend zijn. De Inspectie voor de Gezondheidszorg is een onderzoek begonnen naar mogelijk „structurele problemen bij de instelling”.

Zo kwam uit onderzoek van NRC in 2013 en de Monitor (KRO-NCRV) in 2015 naar voren dat CDC-eigenaars Eric en Robert Dral, tandtechnici, zich ten onrechte voordeden als tandarts. Nieuwe documenten in bezit van NRC, met meldingen bij de Inspectie sinds 2007, bevestigen dat beeld. Maar er is meer: de lijst met klachten vertelt exact hetzelfde verhaal als dat van de programmadeelnemers.

‘Tussen de oren’

CDC-patiënten beklaagden zich bij de Inspectie over slecht uitgevoerde behandelingen (van een ten onrechte verwijderde ‘gezonde voortand’ tot implantaten waarmee patiënten ‘niet kunnen eten’ en ‘nauwelijks drinken’). Over een gebrek aan informatie. Klachten die niet serieus worden genomen (‘zouden tussen de oren zitten’), en managers die geen tandarts zijn, maar wel kostbare behandelplannen opstelden en lieten uitvoeren, zonder alternatieven door te spreken. Ook werd de noodzaak van behandelingen niet altijd duidelijk. In zeker één geval liet de kliniek na om bij de Inspectie melding te doen van een calamiteit waarbij de patiënt in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Bij een andere patiënt werd de behandelovereenkomst opgezegd, omdat zij zich op sociale media negatief zou hebben uitgelaten over de kliniek.

Waarom gaat RTL ondanks deze feiten nog altijd met deze kliniek in zee?
RTL wil op die vraag geen reactie geven.

Een vrolijk gezicht, zónder wallen

Renate Holtrop deed in 2012 mee aan Een Nieuw Begin. Ze kwam voor haar wallen bij de Velthuis Kliniek, maar kreeg ter plekke het aanbod óók haar neus – en later haar tanden – te laten doen.

In haar woonkamer in Haalderen, vlak bij Nijmegen, zoekt ze naar foto’s van zichzelf van vóór 2012. Ze vindt een foto van een vakantie in Turkije, waarop ze lachend is te zien. Ze wijst op een voortand. „Gevallen als kind. Hij was zwart en er zat een lelijke stift omheen.” De neus erboven oogt breder dan haar nieuwe neus, én gladder.

In de aflevering die draait om haar metamorfose huilt Renate veel. Ze rouwt al sinds haar jeugd om de dood van haar vader, en ze kan zich moeilijk losmaken van haar man en kinderen. Ze hoopt met hulp van de betrokken psychotherapeut Chiara Bijl zelfstandiger te worden en ze hoopt op een vrolijk gezicht, zónder wallen.

De psychotherapeut ziet ze tijdens de opnames drie keer: een keer ter kennismaking, dan tijdens een intake in een restaurant met andere kandidaten, en later in een langere sessie die ook in de uitzending terugkomt. Na de uitzending belt Bijl nog één keer. Dan houdt de beloofde „best mogelijke psychische zorg” op.

De ingreep waar ze van droomde, haar wallen wegwerken, heeft goed uitgepakt. Van haar neus en tanden heeft ze spijt.

Ze dacht dat hij een tandarts was

Bij tandheelkundig centrum CDC was het ook directeur Eric Dral, zegt Renate, die haar voor een draaiende camera vertelde wat ze met haar gebit van plan waren. Ook zij dacht dat Dral de tandarts was. „Hij zei: we gaan er een facing inzetten, een jasje over de dode tand. De andere tanden gingen ze schoon maken en in de kiezen zouden ze de gaatjes vullen, en ze zouden een wortelkanaalbehandeling doen.” De dag van de behandeling werd Renate naar een gebouw aan de overkant geleid. Dral heeft ze niet meer gezien. „Wat mij opviel: medewerkers spraken daar gebrekkig Nederlands.”

CDC presenteert zich in het programma nadrukkelijk als angsttandarts, met als bijzonderheid: de narcosebehandeling. Patiënten kunnen hier als ze dat willen (én tegen extra kosten) onder narcose worden geholpen. Hoewel interne protocollen van CDC, in bezit van NRC, voorschrijven dat ‘lokale anesthesie’, oftewel plaatselijke verdoving, de voorkeur heeft, gaan alle kandidaten voor het programma onder narcose.

‘Als ik nieuwe kiezen wil, moet ik betalen’

Toen Renate bij bewustzijn kwam had ze niet één (namelijk over haar dode tand) maar vier kronen in haar bovenkaak. Op drie gezonde tanden waren, tegen haar verwachting, kronen gezet. De twee kiezen waren getrokken, in plaats van behandeld. Er was een prothese (een plaatje met twee kiezen) ingezet. „De gaatjes in de kiezen waren te diep, zeiden ze.”

Renates aflevering werd in maart 2013 uitgezonden. In juni, zegt Renate, scheurde haar prothese. Renate heeft gebeld, en is vervolgens naar Best gereden. Daar heeft ze het plaatje aan de balie afgegeven. Toen ze twee weken later belde hoe het ervoor stond, konden ze haar prothese nergens meer vinden, zegt Renate. Ze loopt nu al jaren rond met in haar linkeronderkaak een fors gat. Lachen doet ze niet meer voluit. Renate: „Als ik nieuwe kiezen wil, moet ik betalen.”

CDC geeft aan omwille van privacybescherming niet op behandelingen van specifieke patiënten in te kunnen gaan. Wel stelt CDC dat „een prothese nimmer zo maar aangenomen wordt door onze cliëntenbalie”.

Renate maakt zich sindsdien ook zorgen over die vier kronen. Mooi zijn ze wel, vindt ze. „Het schijnt dat die gemiddeld tien jaar meegaan. Wat nu als ze dan afbreken? Ik ben er altijd van uitgegaan dat ik dan terug kon naar CDC.”

Hetzelfde verhaal voor haar neus: de Velthuis Kliniek deed goed werk, zegt ze. Maar doordat ze de neus smaller maakten, is er nu vel te veel. Renate wijst naar het boogje tussen haar ogen. „Ik heb méér rimpels dan vóór de behandeling.” Ze vroeg de mogelijkheden bij Velthuis na. „Ze kunnen de huid gladtrekken. Maar ik kan dat niet betalen.”

Bloot, bont en blauw van de ingrepen

De uitzendingen en herhalingen van Een Nieuw Begin worden zonder uitzondering door honderdduizenden mensen bekeken. Ook voor de deelnemers zelf zijn de beelden een verrassing. Geen van hen mocht de aflevering vooraf zien. Zij moeten, zeggen ze, slikken, of huilen, als ze zien wat de rest van Nederland ook ziet. Bloot, bont en blauw van de ingrepen, nog verward van de narcose in een ziekenhuisbed.

Renate, Donnee en Esther vallen in een gat na de uitzending. Ze leefden er weken naar toe. Ze waren overigens vaak veel langer dan acht weken dagelijks in de weer: opnames maken, operaties, zelf beelden maken met de door het programma geleverde dagboekcamera. En wat ook niet hielp: nog voor het psychologisch hulptraject goed en wel begonnen was, zat het er al weer op. Geen van de deelnemers zag psychotherapeut Chiara Bijl nog terug na de opnames. Donnee en Esther zagen haar in totaal twee keer. Bij Barbara en Renate bleef het bij drie keer. Barbara kijkt daar overigens positief op terug: „Wat dacht je dan? Voor het programma houdt de hulp toch ook ergens op?”

Bijl – die deelnemers na afloop nog één keer belde – zegt dat die paar ontmoetingen voldoende waren. En als dat niet zo was, verwees ze door naar de huisarts.

„Ze zei dat ik op zoek moest naar een psycholoog”, zegt Esther over dat laatste telefoontje. „Wat heb je daaraan? Er waren dagen dat ik mijn bed niet uitkwam. Dat ik het niet erg zou vinden als ik niet meer wakker werd. Dat wisten ze. Ze wrikken iets los in dat programma en dan tot ziens.”

 

Ze moest haar angstopdracht tien keer overdoen voor de camera

Hulp voor de geest

Door

Lineke Nieber namens NRC

Hulp voor de geest Voor mensen met angststoornissen is er Geef Mij Nu Je Angst. Dan komen vier therapeuten langs, met een tv-camera. Stoppen is geen optie, dat kost veel geld.

De therapeut: „Hans, we willen je vragen om met ons mee te gaan naar Duitsland.” Hans: „Nee. Dat doe ik niet.” Hans Jonker heeft al veertig jaar last van een ernstige angststoornis. Hij durft de wc-deur niet op slot te doen, hij is bang voor ladders, voor liften en roltrappen. Hans is al jaren niet verder dan 15 kilometer van huis geweest.

Presentatrice Irene Moors: „Hans, het is maar een paar uurtjes. Het is één snelweg. […] Het is eigenlijk, vind ik, hét moment.”

De therapeut: „Dit zijn dé ideale omstandigheden om het te gaan doen. Ik zou het zó jammer vinden als je die kans nou niet zou grijpen.”

Geef Mij Nu Je Angst

Hans Jonker – een lange, slanke man van 56 jaar – begint te huilen, met gierende uithalen. De camera zoomt in op zijn beteuterde zoon tussen de schuifdeuren.

In het najaar van 2014 zendt RTL acht afleveringen uit van Geef Mij Nu Je Angst. Een ‘hulpprogramma’ voor mensen met angst- en dwangstoornissen. Mensen zoals Hans Jonker, die aan niets anders kunnen denken dan dat waar ze bang voor zijn. Viezigheid, hoogtes, snelwegen, overgeven, opsluiting of eetkamerstoelen die niet in een kaarsrechte lijn langs de tafel staan.

In iedere aflevering staat één deelnemer centraal. Die stelt zich voor aan de kijker en vertelt over zijn stoornis. Presentatrice Irene Moors bedenkt vervolgens samen met de deelnemer en zijn gezin de therapiedoelen. ‘Op vakantie gaan’ bijvoorbeeld, ‘leven zonder zorgen’, ‘een uitje met het gezin’, ‘leren omgaan met een paniekaanval’. Dan begint onder begeleiding van gedragstherapeuten van GGZ inGeest de exposure-therapie. Die is op papier eenvoudig, maar erg intensief: deelnemers gaan precies datgene doen waar ze zo bang voor zijn.

Iemand met controledwang moet toekijken hoe familieleden rommelen in haar keukenkastjes. Iemand met hoogtevrees moet een ladder op. Iemand die bang is om te braken moet loopings maken in een sportvliegtuig.

Televisiehulp

Hulp op televisie is niet nieuw. Al zeker twintig jaar worden ruzies bijgelegd, restaurants opgeknapt en overtollige kilo’s aangepakt. Nieuw is de variant waarin het draait om mensen in psychische nood: hulp bij verslaving (Verslaafd!), verzamelwoede (Mijn Leven In Puin) of koopziekte (Koopziek: Ik Kan Niet Stoppen Met Shoppen). Programma’s over mensen met serieuze, vaak jarenlang slepende problemen, die op televisie een ‘nieuwe start’ zullen maken, ja zelfs stappen zullen zetten, zo is de belofte, die ze nooit eerder hebben gezet.

De vraag is: helpt dat?

Voor dit verhaal spraken we vier van de acht deelnemers van Geef Mij Nu Je Angst, ervaringsdeskundigen en psychologen. Deelnemers aan het programma, zo blijkt uit die gesprekken, tekenen vergaande, maar strikt geheime contracten, die na ondertekening direct weer ingenomen worden.

Uit een exemplaar in handen van NRC blijkt dat wie meedoet aan dit programma en de therapie niet meer kan stoppen: afhakers hangt een forse boete boven het hoofd. Ook staat in de contracten dat deelnemers niet zonder toestemming met de pers mogen praten. En je negatief uitspreken over het programma en de therapie is in géén geval toegestaan.

Hans richtte zijn leven in naar wat haalbaar was

Hans Jonker zwaait de deur open van zijn rijtjeshuis in De Noord, een woonwijk in de weilanden rondom Heerhugowaard. In de gang een rek vol jassen, schoenen en skeelers. Hier woont hij samen met zijn vrouw Marjan en hun vijf puberzoons. De dichtstbijzijnde bushalte is een half uur lopen. Maar zover komt Hans bijna nooit.

Hans’ angsten begonnen op zijn veertiende. Tijdens een nachtmis in de katholieke kerk van Warmenhuizen kreeg hij het opeens benauwd. Hij begon te zweten, zijn hart ging tekeer. Thuisgekomen is hij in bed gaan liggen en er weken niet meer uitgekomen. „Daarvoor had ik nooit ergens last van gehad.”

Zijn ouders namen hem mee naar de huisarts. Die schreef hem een batterij medicijnen voor. In de veertig jaar daarop zag Hans Jonker talloze psychiaters, psychologen en lotgenoten. Maar de oude werd hij niet meer.

Hans Jonker richtte zijn leven in met wat wél haalbaar was. Hij zocht alles dichtbij. Zijn eerste vrouw leerde hij kennen in de supermarkt waar hij zich opwerkte van vakkenvuller tot assistent-bedrijfsleider. Hij werd meester in vermijden. Liften, roltrappen, vergaderingen in het land. Maar toen zijn vrouw ziek werd en overleed, ging het alsnog goed mis. Hans meldde zich zeven jaar geleden ziek, om nooit weer naar zijn werk terug te keren.

Uitbehandeld

Hans Jonker is al een tijd uitbehandeld als hij in de zomer van 2014 een advertentie leest in de Alkmaarsche Courant. RTL zoekt kandidaten voor een nieuw hulpprogramma en Hans schrijft zich in. Het programma ziet hij niet alleen als laatste redmiddel; hij hoopt ook op begrip. „Je ziet niks aan mij. Zelfs vrienden en familieleden zeggen nog wel eens: wat jij nodig hebt is een schop onder je kont.”

De volgende dag al hangt Blue Circle aan de lijn, de productiemaatschappij die het programma voor RTL maakt. „Veertig jaar angst. Een samengesteld gezin. Dat vonden ze wel bijzonder.” Er komen redacteuren bij hem thuis filmen en één van de betrokken GGZ-psychologen komt langs voor een gesprek. Per mail krijgt hij een paar weken later te horen dat hij in het programma zit. „Gefeliciteerd met dit nieuws!”

„Er komt nu vast een hoop op je af. Maar gelukkig is het allemaal voor een goed doel. Namelijk je gezondheid, welzijn en geluk voor jou en je gezin.”

Na die mail gaat het ineens snel. Hans Jonker krijgt het verzoek om zich door zijn huisarts te laten doorverwijzen naar de angst-en-dwangpoli van GGZ in Geest. Zo kan het dat de geboden therapie à 7.303,17 euro door zijn zorgverzekeraar wordt vergoed. Hij tekent het geheime deelnemerscontract, dat de productiemaatschappij direct weer meeneemt. Per mail volgt een „opzetje” van het draaischema en de twee weken therapie. „Er komt nu vast een hoop op je af”, schrijft een redacteur van Blue Circle in de begeleidende mail. „Maar gelukkig is het allemaal voor een goed doel. Namelijk je gezondheid, welzijn en geluk voor jou en je gezin.”

Serieuze problemen

Mensen die deelnemen aan Geef Mij Nu Je Angst kampen zonder uitzondering met serieuze problemen. Al jaren staat hun leven in het teken van angst en dwang. Relaties, gezinnen, werk – álles staat onder druk. Neem Jarno Flinkers (32), een voorkomende jongen uit Almelo. Op zijn achttiende krijgt hij last van angstaanvallen. Hij bijt ’s nachts gaten in zijn kussensloop. Wil hij naar dansles, dan moet zijn moeder mee. Totdat op den duur zelfs slapen te eng voor hem wordt. Jarno komt nauwelijks nog het huis uit. Hij probeert van alles: therapie, praatgroepen, medicijnen. Niks hielp, zegt hij, en dat zeggen ook zijn ouders. Waarom zou iemand als Jarno dan voor een tv-programma nóg een poging doen?

Het is de beloofde therapie die drie van de vier deelnemers over de streep trekt. In ruil voor hun verhaal op televisie, krijgen zij namelijk een nogal uitzonderlijke vorm van therapie. GGZ inGeest komt bij de deelnemers thuis. En juist dat is waar zij al die jaren naar zochten. Dit zijn mensen die kampen met straatvrees, die al afhaken als de therapieruimte op de derde verdieping is. Wat voor deelnemer Karin Uijtdewillegen geldt, geldt voor allemaal: „De deur uitgaan – dat ís nou juist het hele probleem.”

In Heerhugowaard kunnen Hans en zijn vrouw Marjan voorafgaand aan de eerste draaidag de slaap nauwelijks vatten. Eigenlijk slapen ze al weken slecht. Hans schrijft een mail naar de productie: „Er komen nu al dingen uit het verleden boven die ik had weggedrukt.” Hij meldt „pijnscheuten in de borststreek” en „spanning”. Al kijkt hij ook uit naar presentatrice Irene Moors. „We zullen zorgen dat het huis netjes is hoor!!”

Verrassingstherapie

Die ochtend, het is 9 oktober, staan echter niet alleen de cameraploeg en Irene Moors voor de deur. Tegen de afspraken in is – verrassing – op de dag van de kennismaking óók een therapeut meegekomen. Hans Jonker, duidelijk in verwarring, krijgt voor een draaiende camera meteen zijn eerste therapie-opdracht. Er ligt een ladder in de brandgang. Hans mag hem gaan halen, en dan tegen de gevel van zijn huis omhoog proberen te klimmen.

Waarom de deelnemers overvallen werden? Idee van de producent, laat GGZ inGeest desgevraagd weten. „Dit verrassingselement had als voordeel dat de kandidaten van te voren minder tijd hadden om op te zien tegen de behandeling.”

„Pak je ook ’s nachts de dagboekcamera als je je niet goed voelt?”

Het tempo blijft ook in de dagen die volgen hoog. Al wordt dat er op televisie niet bij verteld. De redactie goochelt onderin beeld met de chronologie. Zo lijkt het alsof Hans Jonker één (loodzware) opdracht per dag uitvoert. In werkelijkheid zit hij ’s ochtends anderhalf uur opgesloten in de badkamer (een sessie waarbij hij van angst begint te grommen naar zijn spiegelbeeld, en het douchegordijn van de wand trekt) om daarna door te gaan met de volgende opdracht: een rit op de brommer om zijn straatvrees te bestrijden. Therapiedag 7 heet op tv: dag 12. Zo wordt de lengte van het hulptraject denkbeeldig opgeschroefd.

En dat tempo valt Hans zwaar. Hij blijft slecht slapen en meldt dat ook – steeds wanhopiger. Hij is „heel erg moe”, schrijft hij aan zijn vaste contact bij de productiemaatschappij. Hij heeft „zweethanden”, en „mijn hele lijf doet pijn”. Zelfs uitstapjes die eerder geen probleem waren, lukken ineens niet meer. „Dat is toch niet de bedoeling?”, typt hij. „Ik ben in vier dagen 4 kilo lichaamsgewicht kwijtgeraakt.”

Dagboekcamera

De redactie mailt bemoedigend terug, en vraagt hem opnames te maken: „Pak je ook ’s nachts de dagboekcamera als je je niet goed voelt?”

Exposure, waarbij iemand geconfronteerd wordt met dat waar hij bang voor is, is een gangbare en bewezen vorm van therapie. Wie zijn angsten stap voor stap ondergaat, leert die langzamerhand onder controle te krijgen, is de gedachte. De therapie is intensief – dat er meerdere keren op een dag geoefend wordt, komt wel eens voor. Patiënten kunnen in korte tijd veel vooruitgang boeken. Al haken ze om dezelfde reden ook geregeld voortijdig af. Echter, en dat is in tegenspraak met deze televisietherapie: deelname aan zo’n therapietraject is altijd vrijwillig. Het is daarbij van groot belang, onderstrepen deskundigen van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam – dat niet bij dit programma betrokken is – dat behandelaren met patiënten zo concreet mogelijk afspreken wat ze gaan oefenen – en in welk tempo.

Therapiedag 5. Even na achten meldt Hans Jonker in een e-mail dat hij er helemaal doorheen zit. Hij ziet het nut van de therapie niet meer. Na een opdracht waarbij ze met een busje de snelweg opgingen, vertrouwt hij bovendien de therapeuten niet meer – „we zouden een klein stukje gaan en dat werd veel verder”. Hans Jonker wil stoppen. De instelling twittert het ook op de dag van de uitzending: „De exposure wordt Hans te zwaar en hij wil stoppen. We doen er alles aan om hem te helpen verder te gaan.”

Stoppen?

Wat de kijker niet weet: stoppen kán helemaal niet meer. In het deelnemerscontract staat zwart op wit dat de productiemaatschappij ten minste „de totale productiekosten” van de aflevering „per direct” op de deelnemer kan verhalen, als die „om wat voor reden dan ook” besluit te stoppen.

Hans Jonker zit klem, zegt hij. Hij is uitgeput, ziet geen nut meer in deelname, maar voelt zich door het contract – overigens niet door de therapeuten – onder druk gezet: „Wat moest ik dan? Betalen?” Dat geldt ook voor deelnemer Karin Uijtdewillegen. Ook zij gaf tijdens de opnames aan te willen stoppen. De makers stonden niet met het contract te wapperen, zegt ze. Ze zeiden wel: dan is alles voor niks geweest. „Ze hebben zó op me ingepraat.”

Er zijn méér vergaande afspraken. Wie het contract tekent, tekent vrijwel al zijn rechten als ‘patiënt’ weg. Wie ontevreden is, moet dat stilhouden – zo staat expliciet in de papieren van Blue Circle. Naar de pers stappen zonder toestemming is niet toegestaan.

Daar komt bij: de makers hebben alle rechten over het opgenomen materiaal. Dat mag verkocht worden, eindeloos herhaald, of als reclamespotje worden ingezet. Minderjarigen kunnen pas tien jaar na uitzending bezwaar maken – mits ze dan meerderjarig zijn.

Terugkijken

Hans Jonker heeft de laptop erbij gepakt. Samen met Marjan kijkt hij – nu twee jaar na de uitzending – een stuk van zijn aflevering op dvd terug. „Ze wilden met me naar Duitsland.” Hans’ stem schiet omhoog. „Het is maar één snelweg, zeiden ze.” Hans is na de opnames nooit meer een snelweg op gegaan. Hij heeft, zegt hij, niets aan de therapie gehad. „Nul komma nul.” Natuurlijk – ook bij eerdere hulptrajecten was er lang niet altijd vooruitgang. Maar waarom, vraagt hij zich hardop af, werden de beloofde twee weken therapie ineens naar zeven dagen teruggebracht? Toen de slotscène was gedraaid, en de camera’s verdwenen, zat ook de therapie aan huis er ineens op.

Wat ook niet hielp: de uitzending sloeg bij alle vier de deelnemers in als een bom. Hans moest weken bijkomen. Een ander schaamde zich voor de manier waarop zijn huwelijk was neergezet. Als dit programma er was om hen te helpen, waarom mocht niemand zijn eigen aflevering dan vóór de uitzending zien?

GGZ inGeest laat in een reactie weten dat zij die uitzendingen wél van te voren mochten zien. De therapeuten hebben erop toegezien, schrijft de woordvoerder, „dat de eer en integriteit” van deelnemers niet werden geschaad.

Bij de Angst, Dwang en Fobie stichting (ADF), een patiëntenvereniging, hebben zich na afloop twee deelnemers gemeld. Zij kwamen na de uitzending in problemen. Zij zijn met hulp van de stichting bij andere behandelaars ondergebracht.

Jarno had wel baat

Jarno Flinkers uit Almelo is de enige van de vier die echt baat bij deelname heeft gehad. Hij kan nog niet de werkvloer op („te veel prikkels”) of even naar Amsterdam. Maar hij heeft sinds twee jaar minder paniekaanvallen. Hij voelt zich een ander mens, en dat bevestigen ook zijn ouders. „Natuurlijk is het niet leuk jezelf zo kwetsbaar op tv te zien”, zegt hij. Maar de reacties die hij na afloop kreeg – „2.900 Facebookberichten” – maken dat helemaal goed, vindt Flinkers.

De rest zegt: deze therapie was veel te kort en veel te intensief. Karin Uijtdewillegen (35) zou deelname aan het programma iedereen afraden, zegt ze nu. Haar leven werd in het voorjaar van 2014 dusdanig door controledwang beïnvloed dat ze nauwelijks nog de deur uitkwam. Pakte haar vriend iets te eten uit de kast, dan moest alles door Karin opnieuw worden rechtgezet. In haar toenmalige woonplaats Dongen had ze alle therapie geprobeerd. Ze was wanhopig. Door het programma zou ze eindelijk geholpen worden op de plek waar haar probleem zich manifesteerde: in haar eigen keukenkast.

De therapie viel tegen, zegt ze nu. „Het was opdracht, na opdracht, na opdracht. We hebben geen enkele keer aan tafel gezeten, alleen voor de camera hebben we nagepraat.” Zij zag net als de andere deelnemers in twee weken vier verschillende therapeuten, hoewel GGZ inGeest stelt dat zij vaak zo werken, heeft Karin dat in haar lange therapieverleden niet eerder meegemaakt. „Ik moest steeds opnieuw hetzelfde vertellen.” Een opdracht waarbij ze haar zorgvuldig opgestapelde theedoeken uit de kast moest halen, moest wel „tien keer” voor de camera opnieuw. „Dan stond ik in het beeld. Of wilden ze de oefening nog eens vanuit een andere hoek filmen.” Karin was „zo blij” toen de cameraploeg en de therapeuten vertrokken waren.

Vervolghulp te duur

Hoewel de uitzending positief eindigt, gaat het in werkelijkheid kort daarna toch mis. Haar relatie loopt stuk. Ze valt kilo’s af. Nog geen jaar na de uitzending wordt ze tien weken in een kliniek in Lent opgenomen. Inmiddels heeft ze cognitieve gedragstherapie aan huis – met daarnaast intensieve gesprekken. „We doen het stapje voor stapje. Eens per week. En geen grote opdrachten meer in één keer.”

Deelnemers mogen na afloop kiezen, stelt GGZ InGeest, of ze bij hen in behandeling willen blijven. Noodzakelijk is wel dat ze dan naar Amsterdam afreizen. Of ze kiezen voor een telefonisch consult.

Hans Jonker – die zegt dat hij door die boodschap overvallen werd – is eerst teleurgesteld, dan boos. „Waarom kozen ze mij uit voor deelname? Ze wisten vooraf toch al lang dat nazorg bij mij thuis er niet in zat?”

Een ander heeft goede gesprekken met de therapeuten van GGZ inGeest, maar haakt na twee maanden telefonisch consult af. „Ik vond dat niet handig. Ik heb hulp in de buurt gezocht.” Karin Uijtdewillegen rijdt na de opnames een paar keer vanuit Dongen naar Amsterdam (honderd kilometer) op en neer. Als de angsten toenemen, vraagt zij GGZ inGeest bij haar thuis te komen. „Dat ging niet. Dat was te duur.”

 

Het restaurant kreeg ene grote beurt, de brandweer keurde het af

Een slechtlopend restaurant? Dan vraag je Herman den Blijker om hulp, dan kom je
meteen op tv. Maar wie denkt dat Den Blijker altijd voor niets komt, heeft het mis.

Door

Lineke Nieber namens NRC

Ze konden natuurlijk hun hele leven patat blijven bakken . René en Anita Verhagen runden zestien jaar een goed lopende frietzaak in Tilburg. Mensen stonden er gerust een uur in de rij. Maar René Verhagen wilde méér. Iets anders. En ook: investeren. In 2011 verkochten René en Anita de zaak. Ze hadden hun oog laten vallen op een nieuw horecapand in de Tilburgse wijk de Reeshof. Omwonenden mochten het een crematorium noemen, zij zagen mogelijkheden in de vierkante kolos. Ze investeerden vier ton, en gingen nog één keer op vakantie. In de zomer van 2011 opende Spek & Stroop: een fors pannenkoekenrestaurant met appelgroene accenten en een speelhoek voor kinderen.

Vol goede moed zijn ze die zomer begonnen. „Maar het ging niet”, zegt René. „Doordeweeks kwam er geen hond .” En ze hadden weliswaar een „prachtig terras”, bij mooi weer zaten mensen te picknicken in het aanpalende gras. In februari 2013 heeft René Verhagen op aanraden van vrienden, tv-kok Herman den Blijker om hulp gevraagd. „Mijn hele vermogen zat in de zaak”, zegt René. „Herman was mijn laatste strohalm .” Herman den Blijker maakt al ruim tien jaar hulp-tv. Hij begon in 2005 met Herrie in de Keuken, een hulpprogramma naar Brits voorbeeld: Kitchen Nightmares van Gordon Ramsay. Inmiddels heeft Den Blijker er acht seizoenen opzitten van Herrie in de Keuken en Herrie in het Hotel (een variant), waarin hij „noodlijdende” restaurant- en hoteleigenaren helpt „hun zaakjes op orde” te krijgen.

Hoe dat gaat? Grofweg steeds het zelfde: Den Blijker en zijn team bezoeken het hotel of restaurant. Ze lopen een rondje door de zaak, proeven wat er uit de keuken komt en stellen het probleem vast. Den Blijker slaapt er dan een nachtje over en komt met een oplossing. In één week wordt de zaak onder handen genomen én opnieuw ge o p e n d . Er wordt gesloopt, getimmerd, geschilderd en gepoetst. Menukaarten worden aangepast, nieuw personeel aangenomen. Soms wordt de naam van de zaak aangepast. En altijd komt Den Blijker – verrassing – een week of vier na de opening weer binnenvallen. Althans: zo staat dat onderin beeld. Bijna altijd zit de zaak dan vol met gasten. Het beeld: missie geslaagd. Zo gingen Herman den Blijker en zijn team, met al jaren een grote rol voor klusser Michel ‘Mies’ Wijnnobel , de afgelopen tien jaar maar liefst 42 zaken in Nederland af. De belofte is steeds groots: „Herman zet alles op alles om deze restaurants een nieuwe start te geven”, en „sluiting van de zaak te voorkomen”. Hoe krijgt hij dat voor elkaar? Hoe gaat hij te werk? Helpt Herman?

Eerst de cijfers: van 31 deelnemende restaurants en hotels is precies te reconstrueren hoe het de zaak na de uitzending is vergaan. Ruim een kwart was binnen een jaar failliet. Binnen anderhalf jaar is dat in totaal een derde. Natuurlijk: met veel zaken ging het al slecht. Voorkomen kon het programma een sluiting in die gevallen dus niet. In zeker één geval (Beachclub Take Five in Zandvoort) was het restaurant al vóór de uitzenddatum failliet – die uitzending ging overigens gewoon door. Zonder dat daarvan melding werd gemaakt. Successen zijn er ook: veertien zaken werden met succes verkocht of zijn nog altijd in handen van dezelfde e i ge n a a r.

We benaderden achttien restauranten hoteleigenaren die de afgelopen tien jaar aan de programma’s deelnamen. Lang niet iedereen wilde praten – één van hen omdat hij al eens was „berispt”, toen hij in een krant zijn verhaal deed. „RTL mailde de volgende dag direct. Om me eraan te herinneren dat ik zwijgplicht heb.” De tien die wel willen praten, schetsen hetzelfde beeld: op televisie komen helpt – wie drie kwartier op tv is, in een programma met anderhalf miljoen kijkers, kan meestal rekenen op bezoek. Hoewel de meesten positief zijn over Den Blijker, en drie eigenaren een zetje in de goede richting kregen, helpt de geboden hulp lang niet iedereen.

Deelnemers spreken van „show – verbouwingen”. Van „acteer werk”. En een aantal van hen bleven met (onverwacht) hoge kosten achter. Niet de hulp maar een aantrekkelijk programma maken, dat staat voorop. In Tilburg hoorde Herman den Blijker het verhaal aan. Zijn oplossing: weg met de pannenkoeken. En overspannen René, die moest op nonactief. Spek & Stroop werd ‘Fabbric a della Pasta’: een pastafabriek – onder leiding van Renés vrouw Anita. Er werd geschilderd, er kwamen nieuwe gordijnen en in de zaak had Herman een scooter neergezet. De kookploeg kreeg een kookcursus. En Herman reed een rondje door de wijk op een Vespa . Dat René Verhagen in de aflevering „als een waus” werd neergezet nam hij op de koop toe. De crew hing een verborgen camera op en filmde hoe hij struikelde over ingewikkelde vragen van gasten, die door de programmamakers waren ingehuurd.

Op dezelfde filmbeelden was te zien hoe zijn dochter in de keuken de carpaccio tussen haar handen probeerde te ontdooien. Natuurlijk, René had zich wel afgevraagd of die beelden het restaurant nou echt zouden helpe n, net als zijn vrouw die onder de druk van de opening bijna voor de camera’s bezweek. Maar de redactie benadrukte voortdurend: als straks de uitzending is geweest, berg je dan maar. Maak je borst dan maar nat. Dan loopt de tent vol. Op de opening, begin maart, nodigde René Verhagen op aanraden van de crew familie en kennissen uit. Eind mei was de uitzending.

Geen van de deelnemers mag die vooraf bekijken, dat zijn de regels. René zat „met samengeknepen billen voor de tv”. En toen? Toen niks. Het bleef dagen stil. „We zaten helemaal door de bod e m .” Een scooter, verf, gordijnen, een pastakoker. In Tilburg kon het niet op. René Verhagen en zijn vrouw hebben daar geen cent voor betaald –geld hádden ze ook niet. Maar wie denkt dat Herman den Blijker altijd voor niets komt, heeft het mis. Bij vier van de tien deelnemers die wij spraken was de hulp gratis, zes betaalden er (behoorlijk) voor. Er is door die zes tussen de duizend en vijftigduizend euro betaald voor de hulp die het programma bood. Soms werd er gevraagd hoeveel budget er was, soms naar een specifiek bedrag („tien- of vijftienduizend euro”), één keer werd er door het team aangeboden het ingelegde bedrag te „verdubbelen”–met sponsormiddelen en verbouwingswerk (wat ook gebeurde), en in twee gevallen kwamen rekeningen als verrassing achteraf.

Rekeningen kwamen soms van RTL zelf: ‘productiekosten’. Zo maakte een van hen vijfduizend euro naar RTL over. Waar het geld precies aan is besteed, dat weet de eigenaar niet. Een ander deed hetzelfde, maar betaalde weer veel minder: duizend euro. Dat was het bedrag dat het restaurant volgens de boekhouder op dat moment kon missen. In weer andere gevallen stuurden ingehuurde klussers zelf een factuur. Maar, óók klussers die aan het programma verbonden zijn stuurden wel eens een rekening. Neem Kees de Groodt van hotel Het Wapen van Middelie. In zijn huis, op steenworp afstand van zijn hotel, laat hij een stapel facturen uit 2007 zien.

Aan de forse verbouwing voor maar liefst 50.000 euro, werkte ook vaste klusser Michel Wijnnobel mee. O ok die stuurde –namens zijn bedrijf Inter Deco –achteraf een factuur. Als de medewerkers van het programma geld verdienen aan het werk dat ze verrichten, hoe onafhankelijk is het advies van Herman den Blijker en zijn ploeg dan nog? Klusser Michel Wijnnobel zegt daarover: „Ik was soms wel en soms niet in dienst van de productiemaatschappij. Daar maakte ik vooraf afspraken over. En dat was ook duidelijk bij de betrokken eigenaren.” De Groodt zegt dat hij, hoewel hij niet verplicht was met deze klussers in zee te gaan, er een ongemakkelijk gevoel bij kreeg. „Natuurlijk, er zijn voordelen. Als RTL iets regelt, kost het vaak minder.”Maar waarom, vraagt hij zich af, kwam de verf plus factuur van Frank Winkelman –die vaker aan het programma meedoet –terwijl hij zelf een schilder moest regelen en betalen? „Normaal neemt een schilder toch ook de verf mee?”Frank Winkelman: „Z o’n verbouwing gaat op hoog tempo. Er is echt geen tijd om uit te zoeken of de verf ergens anders misschien goedkoper is.”

Voor wie zich nu afvraagt hoe een noodlijdende zaak vijftigduizend euro kan ophoesten: noodlijdend dat was Kees de Groodt helemaal niet. Als De Groodt, organisatieadviseur zonder horeca-ervaring, in 2006 tegen een klein dorpshotel in Middelie aanloopt, is hij meteen verkocht. Met het pand, op een drukke fietsroute, ziet hij mogelijkheden. Op 1 april is de koop. Op 1 mei gaat hij open. Een jaar later loopt de zaak, al moet hij inventief zijn. De Groodt denkt erover de keuken uit te bouwen. En hij zoekt een breder publiek. Precies dan belt RTL. De Groodt: „Ze hadden gegoogeld.

Ze zochten iemand die niet op omvallen stond, maar wel hulp kon gebruiken.” Publiciteit heeft hij gekregen. Tot op de dag van vandaag komen er mensen die zeggen dat ze de uitzending op tv hebben gezien. Maar op de geboden hulp heeft De Groodt wel het een en ander aan te merken. Hij wil nog wel geloven dat de bedoelingen goed waren –dat de zaak er beter van moest worden. Maar dan wel: beter op tv. De ploeg kijkt naar sfeer, zegt De Groodt. Naar veranderingen die op camera overkomen.

Het kluswerk dat gedaan wordt, is volgens De Groodt niet erg duurzaam en bovendien ondoordacht. Zijn gordijnen waren niet geïmpregneerd. Die keurde de brandweer kort na de uitzending af. Twee palmbomen, à 300 euro, stonden mooi, maar binne n, en waren door gebrek aan daglicht al na vijf weken dood. En het idee om naast hotel ook restaurant te worden, was leuk, maar dat betekende wel allerlei extra vergunningen en verplichtingen ontdekte De Groodt na de opnames. De tuin die in het programma is aangelegd, moest erna meteen weer open. „Er moest een vetput worden aangelegd.” Omdat alles onder „g i g a nt i s c h e tijdsdr uk”gebeurt, zegt hij, ging ook de verbouwing van de badkamer mis. De kitranden lekten. „Na de uitzending kwam het water langs de muur naar beneden.”Maar, zegt De Groodt, bij wie klop je aan? RTL verwees hem door naar het bedrijf dat in hun opdracht de klus heeft uitgevoerd. De Groodt: „Dat bedrijf, dat was failliet.” Niet lang na de uitzending, zegt hij, en de aannemer bevestigt dat, is er een nieuwe badkamer en riolering aangelegd. Natuurlijk, geen verbouwing zonder tegenslagen. Vijf van de tien deelnemers –in meerderheid eigenaren die er niet voor betaalden –zijn (redelijk) positief over de manier waarop hun zaak door de klussers is aangepakt.

Maar wat te denken van gordijnen die met tiewraps bij elkaar gebonden zijn (Tilburg)? Van een deur die alleen aan de vóórkant geschilderd werd (want alleen die kwam in beeld)? Of een budget dat voor een substantieel deel opgaat aan kaarsen? Paul Vollmer, voormalig eigenaar van hotel Simonis in, Kobern-Gondorf (Duitsland): „Dan ziet het er al snel sfeervol uit. Maar kaarsen, dat helpt natuurlijk niet.” En soms werd de decoratie na afloop gewoon weer opgehaald: de scooter bij René Verhagen verdween toen die door de leverancier was verkocht, en ook de schilderijen in de trouwzaal van Het Raedthuys in Sint-Maartensdijk moesten na de uitzending weer worden ingeleverd. Negen van de tien deelnemers zeggen dat er niet in de boeken is gekeken. Hoe kun je een restaurant op de rit krijgen, vraagt Martin van der Voort zich af, als je niet naar de financiën kijkt? Zijn Gateway, een authentieke Amerikaanse diner in een park in Almere, liep niet meer. Maar dat lag niet aan de inrichting, dat zag Herman den Blijker óók meteen.

Van der Voort vroeg hulp op ander vlak: „Mijn hulpvraag was een financiële regeling met mijn schuldeisers”, zegt Van der Voort. Hij had een zware periode achter de rug, en was het overzicht verloren. Maar met die hulpvraag is volgens hem niets gedaan. „Ze hebben een stukje geschilderd en een schoonmaakteam langsgestuurd.” Martin van der Voort zou „c o a c h i ng ” krijgen. „Die man kwam langs. We hebben zitten praten voor de camera. Daarna is-ie mijn terras afgelopen. Ik heb hem nooit meer gezien.” Je kunt het naïef noemen, deelnemers die verwachten dat ze langdurige psychische bijstand zullen krijgen –op kosten van RTL. Of deelnemers die denken dat een boekhouder eens flink in hun papieren duikt. Natuurlijk, zeggen de meesten achteraf, ze weten dat niet alles op televisie echt is. Toch nemen ze de adviezen serieus. En dus veranderen ze van koers, en soms zelfs van bedrijfsnaam. En steken sommigen zelfs (veel) geld in het hulptraject. Dat doen ze omdat er trucs zijn. Trucs van de programmamakers, waardoor de kijker, en dus ook de restauranthouder, denkt: een bezoek van Herman den Blijker zorgt altijd voor succes. Zo stond meer dan de helft van de deelnemers er helemaal niet zo slecht voor, toen Den Blijker hulp kwam bieden. En in plaats van hem om hulp te vragen kwam het programma naar hén toe.

En wie denkt dat Den Blijker altijd spontaankomt binnenvallen om te kijken wat er van de zaak geworden is: ook dat is niet altijd het geval. Bij drie van de tien zaken liet de programmaredactie weten wanneer ze terug zouden komen. Soms zelfs al twee dagen na de vernieuwde opening (in plaats van de vier weken die onderin beeld staan). Eigenaren zorgen dan zelf wel dat er volk zit, als de crew er niet al expliciet om vraagt. Kees de Groodt bij wie Herman den Blijker twee dagen na opening terugkwam: „Die mensen die je bij mij in de zaak ziet zitten? Allemaal bekenden en allemaal op mijn kosten. De kijker denkt: dat loopt al l e k ke r.” Onschuldige trucs. Maar ze dragen bij aan het idee dat Herrie altijd helpt. En zo kwam het dus dat Roderick Veuger in 2005 twee koks aannam, omdat Den Blijker hem dat aanraadde. Zijn D’Aole Kippenbakkerij in Borger is inmiddels gesloten –de zaak liep niet meer. „Achteraf had ik liever één kok gehad. Het drukt toch behoorlijk op je loonkosten. Maar als Herman zoiets zegt, wie ben ik dan om daar tegenin te gaan?”

In de keukens zijn de ingrepen meestal zinvol, zeggen de deelnemers. Herman den Blijker wordt serieus genomen. Oók door de kijker. Als Den Blijker zegt dat Peter Huisman van wegrestaurant De Lichtmis in Zwolle
een geweldige gehaktbal heeft, verkoopt hij de dag na de uitzending „een paar honderd gehaktballen”. En ook zijn idee om naast de bestaande kaart pannenkoeken te verkopen, was „een gouden zet”, zegt Huisman. Kees de Groodt, van Het wapen van Middelie waarschuwt nuchter te blijven: „Je hebt eigen verantwoordelijkheid, maar als je op de rand van een faillissement staat, dan klamp je je aan alles vast.” Hij kreeg misschien wel het allereerlijkste advies, zegt hij –van Herman den Blijker zelf. De Groodt: „Hij zei na afloop: Kees, als je echt geld wil verdienen, moet je de zaak na de uitzending verkopen. Zoveel als nu zul je er nooit meer voor krijgen.” In Tilburg haalt René Verhagen een glas limonade uit de keuken. In de woonkamer moet hij slalommen. Zijn grote hoekbank raakt net niet de eettafel. „Je kunt wel zien dat we hiervoor wat ruimer woonden.”Drie maanden na de uitzending hebben ze faillissement aangevraagd. De hulp mocht niet baten. Fabbrica della Pasta is niet meer. Spijt hebben ze niet. Het is alleen pijnlijk dat de uitzending keer op keer (onaangekondigd) wordt herhaald. Wat rest is een flinke schuld, een pensioengat en een gangkast met 100 kilo pasta. Cadeautje van de sponsor.

Juryrapport

‘De NRC-serie over Hulp-tv ontmaskert RTL als een machtsmisbruiker die zwakke hulpbehoevenden onder valse voorwendselen offert op het altaar van televisie-amusement.’

‘Hulp’televisie biedt miljoenen kijkers dagelijks hoop en (leed)vermaak: deelnemers op hun kwetsbaarst wordt een wonder beloofd: verlossing uit ellende waar ze zonder hulp niet uit kunnen komen. De hoop wordt bevredigd, succes is verzekerd – althans zo lijkt het op tv. Kijkers en deelnemers voelen zich goed. RTL, eindverantwoordelijk voor veel van dit soort programma’s, heeft daarmee veel macht over mensen in nood en buit de rol van ‘redder in nood’ maximaal uit.

Maar de NRC-serie over Hulp-tv ontmaskert RTL als een machtsmisbruiker die zwakke hulpbehoevenden onder valse voorwendselen offert op het altaar van televisie-amusement.
Het nieuwsverhaal op de voorpagina in combinatie de serie van drie achtergrondstukken die dat nieuws feilloos onderbouwen en illustreren, is Nieuws-journalistiek zoals het bedoeld is: eigen nieuws na zorgvuldig onderzoek, onthullend, met groot maatschappelijk belang en veel impact.

De nominatie voor de Tegel meer dan waard. Maar wel met een procedurele kanttekening: de inzenders verzuimden namelijk hun eigen voorpagina-artikel in te zenden, en lieten het bij de drie achtergrondverhalen. Dat is niet handig als je inzendt voor de categorie ‘Nieuws’. Bijna werd de inzending daardoor gezien als ‘achtergrond’ en terzijde geschoven. Gelukkig vond de jury zelf het bijbehorende voorpaginaverhaal erbij en kon de inzending alsnog met overtuiging genomineerd worden.

De Tegel