Winnaar ‘Achtergrond’

Te midden van de hooibalen zit Obama

In Indiana houden ze niet van verandering, zegt een inwoner. De kandidaat van de verandering stuit op wantrouwen.

Door

Philippe Remarque namens de Volkskrant

obama1

Presidentskandidaat Obama begroet mensen op een familiepicknick in Fort Wayne, Indiana Foto: AFP

Barack Obama zit in hemdsmouwen op een barkruk, te midden van hooibalen en een stuk of vijftig boeren en hun familieleden. Een felle studiolamp verlicht het tafereel. Zijn campagnemedewerkers hebben ook een boerenkar en een tractor in het beeld gereden, zodat het tv-kijkers en krantenlezers in Indiana niet kan ontgaan: de presidentskandidaat treedt in gesprek met boeren.

Hij spreekt doorgaans heel veel, zegt Obama. Maar hier is hij eerder gekomen om te luisteren: ‘Je leert niet veel als je zelf spreekt.’ In Indiana, een conservatieve agrarische staat in de Mid-West, heeft Obama de grote speeches met idolate aanhangers ingeruild voor ontmoetingen met gewone mensen.

Hij moet bewijzen dat hij ook de stemmen van blanke arbeiders en boeren kan krijgen. Rivaal Clinton stelt dat hij geen verbinding heeft met deze essentiële groep kiezers, en zaaide twijfel over hem met zeges in Ohio en Pennsylvania. Indiana, dat dinsdag stemt, is zijn laatste grote kans dat te weerleggen.

Al snel brengt Obama in de veetentoonstellingshal in het noorden van Indiana zijn boodschap: ‘Boeren vertegenwoordigen het beste van Amerika: hardwerk, verantwoordelijkheid, persoonlijk initiatief, gevoel voor gemeenschap en gevoel voor familie’.

Zichzelf plaatst Obama ook in de traditie: ‘Mijn moeder komt uit een klein stadje in Kansas. Dus ik ben opgevoed met Mid-Westwaarden die bijna dezelfde zijn als die van jullie.’ Hij belooft te ‘vechten’ voor het platteland van Indiana. En laat niet na te vermelden, zoals altijd, dat de blanke grootvader die hem deels opvoedde, in de Tweede Wereldoorlog in het leger van generaal Patton vocht.

Halverwege de bijeenkomst – beleefde vragen en eloquente, wat aarzelende antwoorden – krijgt Obama toch een vraag over zijn vermeende gebrek aan vaderlandsliefde. ‘Klopt het dat u de pledge of allegiance niet zegt?’, vraagt een dikke boer over de eed op de vlag die Amerikaanse schoolkinderen elke ochtend opzeggen.

‘Dat is een lastercampagne’, zegt Obama. ‘Ik heb de eed opgezegd sinds ik drie was. Ik leid de eed soms in de Senaat, daar kun je beelden van vinden op internet.’ Na afloop schudt hij handen. Steeds als hij poseert voor foto’s met zijn toehoorders, schiet zijn intens vermoeide gezicht kort in een grijns. ‘Ik vind hem heel intelligent, maar ik weet nog niet of ik op hem ga stemmen’, zegt een boer.

Uit gesprekken met kiezers blijkt dat Obama in Indiana op wantrouwen stuit. ‘Voor mij voelt hij als een buitenlander’, zegt Michelle, een jonge vrouw in de plattelandskroeg Ray & Pams Bears Den. ‘Hij komt uit het niets. Het is niet goed om zo iemand de leiding van het land in handen te geven.’

‘Ik mag hem gewoon niet’, zegt een man achter een torenhoge beker cola verderop aan Highway 31. ‘Dat gedoe met zijn predikant. Als hij het echt zo slecht vindt wat die man zegt, waarom luistert hij er dan twintig jaar naar? Hij kan toch naar een andere kerk gaan?’

Maar er zijn ook veel kiezers die twijfelen. ‘Een voordeel van Hillary Clinton is dat Bill weer in het Witte Huis zit’, zegt ondernemer Jim Hutchins uit Kokomo. ‘Maar Obama heeft veel mensen weten te imponeren in korte tijd. Hij is niet geboren in de politiek en zou iets fris kunnen brengen.’

In Indiana, waar op de nummerborden In God we trust staat, willen de mensen volgens webdesigner Robert Short de dingen vooral zo doen als altijd: ‘Waarom alles opschudden?’ De Republikeinen winnen al veertig jaar in de staat, volgens de lokale Democraten door hun nadruk op het morele waardentrio God, guns and gays.

‘Maar nu heb ik het helemaal gehad met Bush en ga ik democratisch stemmen’, bekent een man. De oorlog in Irak is impopulair. De economische neergang heeft fabrieksstadjes als Kokomo hard getroffen. Clinton speelt hier op in en voert campagne met de opschorting van de benzineaccijns. Obama heeft een risico genomen door het plan af te wijzen als een politiek trucje. Experts en media geven hem gelijk, maar Clinton fulmineert nu hard tegen de ‘elite’ die het leed van de kleine man niet ziet. De twee maken elkaar in tvspotjes zwart over het plan.

Aan de benzinepomp van Gas-America buiten Kokomo gloort een sprankje hoop voor Obama. De klanten mopperen luid over de 3 dollar 78 per gallon. Maar Clintons voorstel wantrouwen ze ook. ‘Mijn zoon zegt dat Obama misschien de antichrist is. Dat zeiden ze op de radio’, zegt een man die zijn pick-up voltankt. ‘Ik heb gezegd dat ik toch op hem ga stemmen.’

 

Democratie 2.0

Internet bleek cruciaal in de Democratische voorverkiezingen. Barack Obama weet miljoenen te mobiliseren met netwerksites, e-mail en YouTube. De nieuwe online-democratie geeft burgers een stem, zeggen experts. ‘Terug naar vroeger gaan we niet meer.’

Door

Philippe Remarque namens de Volkskrant

obama2

Foto: AP

In vier jaar kan veel veranderen. Zack Exley had als online-chef van de Democratische presidentskandidaat John Kerry in 2004 ook al lijsten met aanhangers die zich op internet hadden gemeld. Maar de campagne-organisatoren in het veld gooiden ze weg, vertelt hij. ‘Ze zeiden: mensen van internet? Daar kun je niets mee. Dat zijn rare types, die willen videospelletjes spelen.’

In 2008 heeft internet de Democratische voorverkiezingen beslist, zegt Exley, nu politiek consultant bij het internetbedrijf Thoughtworks Inc. Het heeft de politiek helemaal veranderd. Zonder internet was Barack Obama er nooit in geslaagd al die energie bij jonge vrijwilligers aan te boren en had hij nooit zoveel geld kunnen ophalen bij zoveel kleine donateurs. Hillary Clinton zou nu de Democratische kandidaat zijn, daar is geen twijfel over mogelijk.’

Obama ’08 is meer dan een gewone campagne, zegt Andrew Rasiej van Personal Democracy Forum, een specialist op het gebied van politiek en internet. ‘Het is een media-operatie. Zij begrijpen hoe sterk deze nieuwe macht is. Ze maken handig gebruik van de grote verandering die plaatsvindt.’ De netwerksystemen die ten grondslag liggen aan ‘Internet 2.0’, zoals YouTube en Facebook, leiden zo tot wat hier en daar al ‘Democratie 2.0’wordt genoemd.

Abraham Lincoln was de eerste politicus die op grote schaal de kranten gebruikte om steun te verwerven. Franklin Delano Roosevelt maakte zich met zijn beroemde ‘praatjes bij de haard’ snel het nieuwe medium radio eigen. John F. Kennedy was de eerste president die de kracht van de televisie onderkende. Barack Obama moet nog winnen, maar hij wordt door internet-experts al moeiteloos in dat rijtje geplaatst, als eerste kandidaat die de mogelijkheden van het nieuwe medium ten volle uitbuit.

‘Ze hebben vanaf het begin bewust gekozen voor de netwerk-benadering’, zegt Rasiej. Het werd een campagne van onderop. Hillary Clinton doet ook aan internet-organisatie, maar begon veel later en denkt traditioneler. Zij heeft de beste Democratische campagne ooit opgebouwd, maar wel van het oude model, met een ‘top-down’ commandosysteem, zeggen de experts. Voor een netwerkcampagne moet je vertrouwen stellen in je aanhangers en accepteren dat ze hun eigen inbreng hebben. Zo stichtten Obama-aanhangers overal eigen kantoortjes zonder toestemming van het campagnehoofdkwartier. ‘Obama had daar meer sympathie voor, door zijn ervaring als straathoekwerker in Chicago’, zegt Rasiej.

Het is ook het verhaal van een nieuwe generatie Democratische organisatoren. Joe Rospars, de man die Obama’s internetoperatie leidt, had bij de sensationele, maar mislukte campagne van de outsider Howard Dean vier jaar geleden voor het eerst gemerkt hoe snel je mensen bijeen kunt brengen op internet. Ook de organisatoren in het veld zijn vaak Dean-veteranen, opgegroeid met internet. ‘Obama is de eerste die internet en de organisatie in het veld bij elkaar heeft gebracht’, zegt Exley.

De gevolgen zijn ernaar. ‘Het is gigantisch wat hij hier heeft gedaan, ze hebben zevenduizend precinct captains (kiesdistrict-leiders) gerecruteerd’ , zegt Dan Ancona, een internetorganisator in Californië. ‘Ik ben zeer onder de indruk van hun veldoperatie in North Carolina. Ik heb nog nooit zoiets gezien’, zegt Zephyr Teachout, hoogleraar aan Duke University en een van de internetpioniers van Dean. ‘Ze geven een half miljoen mensen een gevoel eigenaar te zijn van de campagne’, zegt Tracy Russo, die de internetoperatie van de gesneuvelde kandidaat John Edwards leidde. ‘Dit geeft gewone burgers veel meer macht dan ze voorheen hadden.’

De internetspecialisten zijn het eens: Obama’s campagne is een symptoom van een nieuw tijdperk in de politiek, waarbij individuele burgers invloed hebben omdat ze zich online zo makkelijk kunnen bundelen. ‘We staan aan het begin van een paradigmawisseling’, zegt Rasiej van Personal Democracy Forum.

Het geld is het duidelijkste voorbeeld. ‘De kleine donateur verandert de politiek’, zegt hoogleraar Teachout. Traditioneel moet een kandidaat zijn oren laten hangen naar grote geldschieters. Nu kan de kandidaat buiten de gevestigde structuren om steun en geld vergaren, en buiten de gevestigde media om filmpjes en ideeën verspreiden. ‘Het is een grote zegen voor de democratie.’

‘Vroeger kon je als kandidaat mislukken omdat rijke mensen een hekel aan je hadden’, zegt Zack Exley. Nu hebben outsiders een grotere kans, als ze mensen aanspreken. De campagne van de libertaire Republikeinse rebel Ron Paul, groot geworden op internet, is nog steeds gaande.

De nieuwe aanpak heeft ook gevolgen na de verkiezingen, denken de experts, omdat Obama, als hij wint, ‘de eerste president met vijf miljoen e-mailadressen’ wordt. ‘Stel dat hij de gezondheidszorg wil hervormen en het Congres ligt dwars, dan kan hij miljoenen burgers mobiliseren’, droomt Exley. ‘Hij kan ruimer denken, en eindelijk de grote dingen aanpakken.’ Teachout, die Obama’s campagne nog iets te gecontroleerd vindt, hoopt juist dat het netwerk dat hij heeft gecreëerd, zelfstandig voortleeft en Obama zonodig op de vingers tikt: ‘Internet wordt een extra controle op het presidentschap.’

Rasiej stelt dat de politiek van de 20ste eeuw nu plaatsmaakt voor die van de 21ste eeuw, en dat dat zichtbaar wordt in deze verkiezingscyclus. ‘Terug naar vroeger gaan we niet meer.’

 

Met Obama is ‘zwarte droom vervuld’

De lange weg die Obama is gegaan, maakt zwarte Amerikanen trots.

Door

Philippe Remarque namens de Volkskrant

In de zwarte kapsalon van rapper T.R. Flow in Charleston, South Carolina hebben ze het woensdag over niets anders. ‘Hij gaat winnen, man, en wij gaan winnen’, zegt de rapper, die het knippen even onderbreekt om de telefoon aan te nemen. Het is een bevrijding, zegt hij. ‘Als een zwarte president wordt, dan kan de zwarte man alles doen wat hij wil.’

In Amerika zijn ze dol op ‘historische momenten’ en ‘ontmoetingen met het lot’. Dinsdagavond bood een onvervalst exemplaar: Barack Obama werd de eerste zwarte presidentskandidaat van een grote partij. Zodra hij met de eerste uitslagen uit South Dakota door het ‘magische getal’ van 2118 gedelegeerden brak, barstten de pratende hoofden op televisie uit in geëmotioneerde monologen over de historische avond, de Amerikaanse geschiedenis en het pijnlijke rassenprobleem.

Het is ook niet niks. Barack Obama werd geboren in een land waar zwarten het recht moesten bevechten om naar dezelfde publieke wc’s en scholen te mogen gaan. Nu is hij een van de twee mannen die vanaf januari de machtigste functie ter wereld kunnen bekleden.

Het moment ging niet voorbij aan president George W. Bush, die Obama feliciteerde middels zijn woordvoerster: ‘Senator Obama heeft een lange weg afgelegd om de kandidaat van zijn partij te worden. En zijn historische prestatie toont dat ons land ook een lange weg heeft afgelegd.’

‘Destiny’, drukte een Amerikaanse krant over de hele voorpagina af. Congresman Jesse Jackson jr. wees er op dat Obama zijn aanvaardingstoespraak zal houden op 28 augustus, precies de dag dat Martin Luther King 45 jaar geleden zijn ‘I have a dream’-toespraak hield. Obama’s nominatie is, zegt hij, ‘de vervulling van die droom – lang opgeschort – die een land voorzag waarin mensen niet beoordeeld worden naar hun huidskleur, maar naar de inhoud van hun karakter.’

Op Obama-bijeenkomsten wordt af en toe met het omslag van een recente Ebony gezwaaid, waarop het zwarte blad het gevoel in de zwarte gemeenschap had samengevat: ‘In our lifetime’, ofwel: dat wij zoiets in ons leven nog meemaken. T.R. Flow legt uit: ‘Vanaf de slavernij hebben we geleerd onszelf als criminelen en dieven te zien. Maar door Barack Obama zien we onszelf als koningen en koninginnen. We zien het beste wat we kunnen zijn.’

In Amerika is slechts een op de tienmensen zwart. Obama is zelf dan ook voorzichtig. Tijdens zijn grote overwinningstoespraak dinsdagavond sprak hij slechts van een ‘historische reis’. Obama probeert rassenkwesties te vermijden en presenteert zijn kandidatuur juist als een overbrugging van alle tegenstellingen, tussen zwart en wit, maar ook tussen links en rechts. Zijn eigen biografie – de zoon van een blanke Amerikaanse moeder en een vader uit Kenia die opklimt uit een bescheiden milieu – had ‘alleen in Amerika kunnen gebeuren’, zegt hij.

Maar boven zijn campagne blijft de vraag zweven: is Amerika wel bereid een zwarte president te kiezen? Bij de voorverkiezingen hadden zelfs Democratische kiezers daar soms moeite mee. De controverses over Obama’s dominee of zijn moslimbanden zijn volgens analist Eugene Robinson tevens substituut-discussies, waarachter onuitgesproken angst voor zwarten schuilgaat.

Ook in de kapsalon van T.R. Flow zijn ze bezorgd: ‘De zwarte man staat altijd terecht, weet je. Zodra Obama een fout maakt, gaat zijn hoofd op het hakblok.’

 

Het lievelingetje van Harvard

Barack Obama werd als jurist gevormd aan de wereldberoemde Harvard Law School, waar hij ook geschiedenis schreef. ‘De ultieme Socrates, altijd twijfelend en overwegend.’

Door

Diederik van Hoogstraten namens de Volkskrant

obama3

Een gids op het complex van Harvard in Cambridge, even buiten Boston Foto: Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Het is eerbiedig stil in de bibliotheek van de rechtenfaculteit van Harvard University. Hier en daar zitten studenten te lezen – zelfs gefluister lijkt hen te storen. Dit is een plek om te denken, bijvoorbeeld aan wat Barack Obama er deed toen hij tussen 1988 en 1991 werd gevormd als jurist. Het is nog zomer en het academische jaar moet nog beginnen. Toch zoemt het op de faculteit van opwinding over de opkomst van Obama, zegt Emily Dupraz, een woordvoerster van de Law School in de universiteitsstad Cambridge, even buiten Boston. Zo is dat op de topuniversiteiten in de VS: elke faculteit een eigen pr-afdeling, ter bescherming van studenten, docenten en de reputatie als grootste, oudste en bekendste rechtenfaculteit van Amerika.

Ook Alan Dershowitz, een hoogleraar die Michelle en Barack Obama leerde kennen aan Harvard, geniet van Obama’s succes. Dershowitz heeft nog tegen Obama gebasketbald. Ook verdedigde hij O.J. Simpson in diens wereldberoemde rechtszaak. ‘Mensen die zover komen, zijn belangrijke rolmodellen voor de jonge studenten.’

Obama was destijds al een man op wie de anderen letten, zegt Dershowitz. Vooral toen hij in zijn derde en laatste jaar de eerste zwarte hoofdredacteur werd van de Harvard Law Review. Het gezaghebbende juristenblad wordt samengesteld door de beste studenten van hun jaar. Het hoofdredacteurschap is in feite een oorkonde voor de ‘meestbelovende student’.

Emily Dupraz gaat voor naar de bibliotheek. In een hoek is een bescheiden tentoonstelling van parafernalia van beroemde afgestudeerden. Schilderijen, handgeschreven aantekeningen, en boeken over John Roberts en Barack Obama. Roberts is de conservatieve voorzitter van het Hooggerechtshof. ‘Het soort jurist dat president Obama juist níet zou benoemen’, zegt Dupraz.

De voordracht van rechters voor het Hof in Washington is een cruciale taak voor de president. Het oordeel van het Hof is definitief. De negen rechters zijn voor het leven benoemd. Obama of John McCain zal vrijwel zeker de kans krijgen om een nieuwe rechter aan te wijzen, waardoor hij mede de koers en de ideologie van het Hof zal bepalen.

Een eenduidig beeld van de jurist Obama is moeilijk te krijgen. De kenners in Cambridge noemen hem gematigd, weloverwogen, in het bezit van een hoog IQ en de neiging om bruggen te bouwen.

In zijn autobiografische boeken gaat Obama niet diep in op zijn tijd aan Harvard. De studie voor zijn bachelorgraad aan Columbia University in New York, die eraan voorafging, krijgt meer aandacht. De tijd die volgde als opbouwwerker in Chicago staat centraal in het levensverhaal dat hij in zijn boeken en campagnetoespraken vertelt. En ook over de tijd daarop, als docent constitutioneel recht in Chicago en als politicus, is meer bekend dan over het hoofdstuk-Cambridge.

‘Harvard staat voor elitair, en die associatie wil Obama juist vermijden’, zegt Dale Anderson, die aan Harvard studeerde. De universiteit behoort tot de top van het land, samen met Princeton, Yale en een handvol andere instellingen. En toen hij de Law Review ging leiden, begaf Obama zich in ‘de elite van de elite’. Dit is bewonderenswaardig, zegt Anderson, maar ‘in de VS win je daar geen verkiezingen mee’.

Obama was 27 jaar toen hij in 1988 arriveerde in Cambridge. Voor de juristen in spe op de Law School draait alles om helder argumenteren en gelijk krijgen. Obama viel, volgens studiegenoten, op door zijn neiging te luisteren in plaats van spreken. ‘Veel mensen praatten langs elkaar heen en waren niet bijzonder geïnteresseerd in wat anderen te zeggen hadden’, zei zijn studiegenoot Crystal Nix Hines in het dagblad The Boston Globe. ‘Barack oversteeg dat.’

In het stuk komt Obama naar voren als vredestichter en diplomaat. Vrienden imiteerden hem pesterig als de ultieme Socrates, altijd twijfelend en overwegend, met een hand over zijn kin wrijvend. Een andere bevriende studiegenoot, Bradford Berenson, herinnert zich Obama als progressief, maar niet als een politieke activist. ‘Hij was er om goed onderwijs te krijgen’, zegt Berenson, nu advocaat in Washington, voorheen adviseur van president Bush. ‘Niet om herrie te schoppen.’

Hoogleraar Dershowitz beschrijft hoe ‘Harvard Law, de poortwachter van het juridische onderwijs in Amerika’, al bijna tweehonderd jaar een mengelmoes van uiteenlopende denkbeelden en opvattingen is. In 1989 sloeg de vlam in de pan. Studenten demonstreerden tegen het gebrek aan diversiteit in het docentencorps. De debatten en botsingen culmineerden in het stormachtige vertrek van Derrick Bell, destijds de enige zwarte hoogleraar.

In haar boek over die turbulente tijd, Poisoned Ivy (1994), schrijft de juriste en journaliste Eleanor Kerlow ‘hoe ego’s, ideologie en machtspolitiek de Harvard Law School bijna ruïneerden. Harvard Law werd een sociale metafoor voor al de thema’s waar Amerika in de jaren negentig mee te maken kreeg: de spanningen tussen uitmuntendheid en diversiteit, feminisme, vrije meningsuiting en politieke correctheid, en de excessen van geld, macht en hebzucht’.

Obama wist overeind te blijven in dit mijnenveld. Dershowitz weet nog dat Obama inderdaad een geboren luisteraar was. ‘Mensen komen hier als ze al wat ouder zijn. Ze zijn al wie ze zijn, en scherpen hun opvattingen en persoonlijkheid aan’, zegt hij. ‘Obama omzeilde het raciale debat, hij leek erboven te staan.’

Olav Haazen, advocaat in New York, studeerde kort na Obama rechten aan Harvard. ‘Er woedde een schoolstrijd tussen de oude en de nieuwe garde, tussen conservatieve en progressieve idealen’, zegt de uit Nederland afkomstige jurist. ‘Er is geen twijfel dat Obama in die sfeer naar de kant van de progressieven leunde. Maar hij lijkt een vrij neutrale houding te hebben. Misschien zegt dat iets over wat we als president van hem kunnen verwachten.’

Omdat hij een uitmuntende student was en de aard van een bruggenbouwer had, werd Obama gekozen tot hoofdredacteur. The New York Times bracht het nieuws prominent. ‘Eerste zwarte gekozen om Harvards Law Review aan te voeren’, kopte de krant. Toen het nieuws bekend werd, pakte een zwarte medestudent Obama beet. ‘Het was een stevige omhelzing die even duurde’, zei Obama later over dat moment. ‘Toen besefte ik dat het niet alleen iets individueels was, maar iets veel groters.’

‘Hij koos geen kant in de stammenoorlog’, zegt oud-studiegenoot Berenson. ‘Hij had iets van, kom op, niet moeilijk doen, we maken hier samen een blad.’ Naar verluidt beslechtte hij soms conflicten met de afstandelijke, kalme, licht ironische houding die hij nog steeds aan de dag legt. ‘Onthoud wel, mensen: niemand leest het’, zei hij dan over de Law Review.

Het is duidelijk dat Obama in Cambridge vasthield aan zijn neutrale, non-ideologische levenshouding, ook al verkeerde hij op Harvard, net als in New York en Chicago in linkse kringen, soms in uiterst linkse. De Harvard-jaren weerspiegelen zo de karaktereigenschappen die hij ook als presidentskandidaat toont. ‘Volgens critici is het een teken van een gebrek aan kernovertuigingen’, schreef de politieke website Politico. ‘Voor zijn aanhangers is het de kern van zijn aantrekkingskracht.’

Net als veel collega’s kon Dershowitz wel vermoeden dat Obama het ver zou schoppen, maar hij zegt ‘natuurlijk verrast’ te zijn dat hij in november de eerste zwarte president kan worden. ‘Het is waar dat wij leiders klaarstomen, maar het blijft altijd een aangename verrassing als een enkeling zo ver komt.’

De docent begrijpt dat Obama zijn tijd aan Harvard niet benadrukt. ‘Mensen scheppen er plezier in om een hekel aan Harvard te hebben.’ Maar de jaren in Cambridge waren van belang, zeker ook op het persoonlijk vlak. Obama ging uit met een paar meisjes op de campus. Toen hij na zijn eerste jaar terugkeerde naar Chicago ontmoette hij Michelle Robinson. Zij was net afgestudeerd in de rechten, ook aan Harvard. Later zouden ze trouwen.

Olav Haazen denkt dat de tijd aan Harvard vormend was. ‘Ik kan me goed voorstellen wat Obama in Harvard aantrok, en het is duidelijk dat die tijd een grote invloed op hem had. Mensen zien Harvard als deel van het establishment, maar Harvard wordt meer gekenmerkt door engagement.’

Niet toevallig is dat precies wat Obama wil uitstralen in de verkiezingscampagne. Na Harvard had hij linea recta naar een gerenommeerd advocatenkantoor kunnen gaan, om heel veel geld te verdienen en een riant bestaan op te bouwen. In plaats daarvan wendde hij zijn peperdure opleiding aan voor een doelgerichte politieke loopbaan in de staat Illinois, en later Washington.

‘Je kunt dingen doen om de samenleving te verbeteren en ook nog goed terechtkomen’, zei hij in 1990, toen hij nog volop studeerde. ‘Dat zou een opleiding aan Harvard moeten opleveren: genoeg zekerheid en veiligheid om je dromen na te jagen en iets terug te geven.’

 

Obama’s Chicago

Chicago, de metropool van de Midwest, is het centrum van Barack Obama’s leven. Hij werd er gevormd als buurtwerker, hij lanceerde er zijn politieke carrière en woont er in een progressieve wijk. Een biografische stadsrondleiding.

Door

Philippe Remarque namens de Volkskrant

obama4

Jongeren voor een pand waar drugs worden verkocht in de beruchte wijk Roseland aan de South Side van Chicago. Obama was er 23 jaar geleden buurtwerker. Foto: Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Op de oprijlaan van Obama’s villa staat een zwarte SUV slordig geparkeerd. Eromheen verveelt zich een plukje brede mannen met oortelefoons. Andere agenten zijn verstopt als paaseieren. Toevallig brengt oma net Malia (10) en Sasha (7) thuis, de dochtertjes van Obama. Als we er naartoe lopen, springen twee agenten van de secret service uit een kleine geparkeerde auto. De een voelt of zijn pistool er nog zit.

Om de villa heen gaat het gewone leven intussen door. ‘Ik heb een klotewoning’, klaagt een zwarte vader die om de hoek woont, slechts twee kamers heeft en nu zijn gezin uitgeleide doet. Robert, een elegante buurtgenoot, vertelt op de stoep tegenover Obama’s huis: ‘Het aardige van deze buurt is dat er nog wel een béétje misdaad is.’

Hyde Park, de wijk waar Obama al twintig jaar woont, is een mengeling van zwart en blank, welvarend en progressief, net als de kandidaat zelf. Het ligt als een oase van integratie in de uitgestrekte South Side van Chicago, waar de huizen vervallen zijn en de bewoners zwart en kansarm.

In Hyde Park heb je naast goedkope supermarkten mooie appartementen en hippe boetiekjes. Er is de klassieke baksteenarchitectuur van de University of Chicago, waar Obama jarenlang constitutioneel recht doceerde. Veel universiteitsmedewerkers wonen in de buurt.

‘Hyde Park, dat is rijk zwart en blank samen tegen arm zwart’, grapt Steven, zelf blank en universitair docent Italiaanse literatuur. Hij heeft net boodschappen gedaan en zijn levenspartner, een student, haalt de auto. ‘Het is een heel fijne, rustige wijk. Iedereen hier accepteert ons.’ Hij vermoedt dat negentig procent van de buurtgenoten straks op Obama stemt. Een kleine opiniepeiling bevestigt het.

‘Natuurlijk moet Barack het worden’, zegt een van de twee oude, zwarte vrienden op een stoepje. ‘Gelukkig zit het huis van Louis Farrakhan een stukje verderop.’ Inderdaad wonen hier enkele omstreden radicalen, met wie Obama volgens zijn tegenstanders nauwe banden heeft. Dat is niet waar. Maar hij woont wel te midden van gelijkgezinde ‘lakefront liberals’. En die denken heel anders dan de blanke arbeiders in Ohio die Obama nu voor zich moet winnen.

Het grote celebrity-toerisme is nog niet op gang gekomen. Maar Obama’s buren worden nu al gek van de nieuwsgierige voorbijgangers. En de Chicago Tribune heeft op de website een kaart met de precieze locaties van Baracks leven: zijn vroegere appartement, zijn basketbalveldje en de stoep waar hij Michelle voor het eerst mocht kussen, na het eten van een ijsje. ‘Het smaakte naar chocola’, schreef Obama later.

Op Obama-bedevaart is nog meer te vinden, zoals het winkeltje waar zijn dochtertjes kraaltjes in hun haren krijgen gevlochten (‘Hij komt ze gewoon zelf brengen’) en de kapper waar hij elke twee weken zijn kroeshaar kort laat knippen. ‘De één na beroemdste klant’, zegt de kapper, en wijst naar een gigantische foto op de achterwand, van bokser Mohammed Ali. Die had in Hyde Park een huis en liet er een moskee bouwen.

Op een halve kilometer van Obama’s villa hangt een groepje zwarte mannen rond een auto. Ze zijn een beetje dronken of stoned, en sommigen hebben geen voortanden meer. ‘Obama!’, roept er een. Het is niet de eerste beroemde buurtgenoot, sommen ze op: ‘Louis Armstrong, Muddy Waters, de Marx Brothers, Gladys Knight, Lou Rawls. En natuurlijk Harold Washington, Chicago’s eerste zwarte burgemeester, die stierf aan een hartaanval. Hij werd uit de weg geruimd, weten de mannen. En dat kan Obama ook overkomen. ‘Ik moet nog zien dat hij de vier jaar vol maakt’, zegt de een. ‘Hij wordt doodgeschoten’, zegt een ander. ‘Nee, ze gebruiken daar geen kogels meer voor’, beslist de oudste. ‘Ze doen iets in zijn drankje.’

De Afrikaanse gewaden zweven op de maat van de soulband. Het koor, honderd mensen sterk, prijst Jezus Christus. Dan geeft iedereen elkaar een hand voor het laatste gebed.

Op talloze zondagen heeft Barack Obama hier ook zo gestaan. De Trinity United Church of Christ was een van de nieuwe dingen die de twijfelende jonge intellectueel in Chicago vond. Hij had gewoond op Hawaii en in Indonesië, gestudeerd in Los Angeles en New York, maar had geen thuis en zwalkte tussen blank en zwart. Chicago bood hemde oplossing. Als buurtwerker dompelde hij zich onder in de armoede en het onvermogen van de zwarte gemeenschap. Hij trouwde met een dochter uit een echt Afrikaans-Amerikaans gezin. Hij merkte – zelf atheïstisch opgevoed – wat het geloof betekent voor zwarten. En of het nu was uit spirituele honger of voor zijn politieke carrière, hij trad toe tot de kerk met de Afrikaanse wortels.

Maar nu heeft Obama Trinity verlaten, omdat de vorige dominee, een vaderfiguur voor hem, zijn kandidatuur schaadde met anti-Amerikaanse tirades. De kerkgangers hebben begrip. ‘We houden nog steeds van Obama en hij van ons’, zegt een van hen. Bovendien, fluistert een portier, ‘Onze dominee was ook een beetje gek’.

Meteen buiten de kerk begint de slordige armoede van de South Side. Obama werkte in Altgeld, een wijk tussen vuilstortplaatsen en gesloten fabrieken. Hij organiseerde er de strijd om asbest uit de huurhuizen verwijderd te krijgen. Nu is de helft van de huizen dichtgespijkerd, ze worden gerenoveerd. ‘Maar zodra iemand hier genoeg geld heeft, verhuist hij’, zegt Romanita. ‘De gangs verpesten ons leven’. Naast haar staat zoon Ricky. ‘Met Gods hulp houden we hem op het rechte pad.’ Obama inspireert hem, zegt Ricky. ‘Hij laat zien dat een zwarte man alles kan bereiken.’

In Chicago wonen nog de mensen die Obama destijds leerden kennen. ‘De meeste jonge mensen zijn niet erg verstandig, dat kan ik je vertellen’, zegt Loretta Augustine-Herron, een lerares. ‘Maar Barack was met zijn 23 jaar al zo wijs, hij maakte een enorme indruk. Hij leerde heel snel, en had aandacht voor onze problemen.’ Ze was bestuurder bij de organisatie die Obama een baan gaf, voor tienduizend dollar per jaar en een oude auto. Talloze uren bracht Augustine met de jonge Obama door in haar keuken. ‘Hij kwam dan altijd terug op dingen die ik eerder had gezegd, en vroeg door.’ Zij en haar vriendinnen maakten zich wel zorgen om zijn gezondheid. ‘Hij werkte van ’s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat. Hij was mager en at vooral salades, niet de zoetigheid en junkfood die wij aten.’

Obama leerde de arme bewoners hoe ze bij de autoriteiten gezamenlijk hun recht moesten halen. Hij had weinig succes, schreef hij in zijn boek Dreams from my father, waarin hij Loretta opvoert onder de naam Angela. Hij concludeerde dat hij alleen hogerop echt iets kon veranderen, en ging rechten studeren aan Harvard.

Mike Kruglik, collega-buurtwerker, herinnert zich de mooie verhalen die Obama schreef op zijn spartaans ingerichte kamer. ‘Hij wilde schrijver worden. Hij was op zeer jonge leeftijd een universeel mens. Hij had het vermogen om over de dingen na te denken.’ Aan de South Side leerde Obama volgens Kruglik hoe hij mensen bij elkaar kon brengen. ‘Dat heeft hij in deze campagne gebruikt om een beweging op gang te brengen.’

Loretta Augustine voorvoelde iets toen hij 25 was. ‘Ik keek toe hoe hij iets uitlegde aan mensen en ze bij elkaar bracht, en ik dacht – ik begrijp niet waarom – deze man wordt een keer president.’

De stoel op de vroegere werkkamer van Obama is wereldberoemd. Fotografen en camerateams, soms helemaal uit China, hebben hem vastgelegd. Net als de tafel, het uitzicht, de gezinsportretten. ‘Ik zeg steeds dat dit andere kinderen zijn, en een andere stoel, dat hier een andere advocaat zit en Obama al jaren weg is. Maar dat houdt ze niet tegen’, lacht Judd Miner, partner van advocatenkantoor Miner, Barnhill en Galland in downtown Chicago.

Tussen de klassieke wolkenkrabbers is het fijn rondlopen. Vrouwen in mantelpakjes spoeden zich ’s ochtends naar hun werk, de onvermijdelijke kartonnen koffiebeker in de hand. Ze zijn van diverse huidskleur en afkomst, want Chicago is een echte immigrantenstad. Iets compacter dan New York, maar economisch krachtig en van bepaald grootsteedse allure, compleet met het knarsen van een oude, bovengrondse metrobaan, de ‘L’. Er staat een indrukwekkend stadhuis, eens broedplaats van Chicago’s beruchte ‘machine politics’ (de oude burgemeester Daley wist decennia te heersen door gunsten en baantjes te verdelen).

In deze wereld kwam Obama terecht toen hij de tweede keer naar Chicago kwam. Hij was in Harvard summa cum laude afgestudeerd en de grote advocatenkantoren van Amerika vochten om hem binnen te halen. Maar Obama liet zijn keus vallen op het kleine, linkse advocatenkantoor van Judd Miner, gespecialiseerd in burgerrechten. Zonder lift, maar met een mooie houten trap en politieke connecties, wat voor Obama’s plannen van belang was. ‘Hij stelde altijd de vragen die dieper groeven’, zegt Milner. ‘Hij had voor een jong iemand veel zelfvertrouwen en werkte als een magneet op mensen.’ Obama organiseerde een groot project omzwarte kiezers te registreren, schreef zijn later zo succesvolle jeugdmemoires, en leerde via Miner de juiste mensen kennen voor de lancering van zijn politieke carrière.

Ging hij daarbij opportunistisch te werk? Dat is een interessante vraag bij zo’n idealistisch politicus, zeker nu zijn tegenstanders hem zwartmaken als een product van Chicago’s ‘machinepolitiek’.

Zo ligt het niet, zeggen mensen die hem meemaakten, maar ambitieus en handig was hij wel. Miner: ‘Hij doet alles grondig, denkt heel goed na over wat hij doet, en vermijdt dat deuren voor hem gesloten worden’. Marilyn Katz, chef van een communicatiebedrijf: ‘Chicago is het grootste dorp van Amerika, iedereen kent elkaar. Barack wist hoe hij moest netwerken. De juiste mensen hebben hem geholpen.’

Hij beschikte over ‘stalen ambitie’ en had ‘het presidentschap in zijn achterhoofd’, zegt Andrew Mooney, directeur van een stadscorporatie. ‘Politiek is na de Chicago Bears (het American footballteam, red.) onze lievelingssport, het wordt hier keihard gespeeld. Obama bleek het te kunnen, maar zonder zijn integriteit te verliezen.’

Zijn eerste campagnes won Obama juist onafhankelijk van de Democratische machthebbers in het stadhuis, precies zoals de ‘lakefront liberals’ in zijn kiesdistrict Hyde Park het graag zien. Maar toen hij opklom in de beruchte handjeklappolitiek van Illinois wist hij precies die zwarte leiders, geldschieters en politici te vinden die hij nodig had. Uiteindelijk sloot hij zelfs een politiek verbond met burgemeester Daley, zoon van de legendarische Daley, en – op kleinere schaal – nog steeds aan het hoofd van een Democratische ‘machine’.

Judd Miner vindt Obama geen berekenend mens, vertelt hij tussen de houten lambriseringen. Maar dat kan komen doordat hij een goede vriend is en bij Obama over de vloer komt. ‘Soms moet ik mezelf knijpen. Ik zit hier gezellig een biertje te drinken met de volgende president’. Hij gaat ook met Obama golfen. ‘Dan wil hij heel graag winnen. Hij kan absoluut niet tegen zijn verlies.’

 

Het geheim van buurtwerker Obama

In Texas, waar op 4 maart voorverkiezingen worden gehouden, brengt Barack Obama zijn ervaringen als opbouwwerker in praktijk.

Door

Philippe Remarque namens de Volkskrant

obama5

Barack Obama op campagne op de Universiteit van Texas in Austin Foto: AP

In deze stad onder de brandende Texaanse zon registreerde de idealistische studente Hillary Clinton 36 jaar geleden al Latino-kiezers. Ze kwam er vaak terug als presidentsvrouw. ‘Wij zijn dol op haar’, zegt Mary Navarro, die trots rondloopt met haar ‘Hillary for president’-button.

Nu Clintons campagne dreigt te mislukken, moet het half-Mexicaanse zuiden van Texas dienen als ‘brandmuur’ tegen rivaal Barack Obama. Omringd door Mariachizangers met versierde hoeden vertelt Hillary de kiezers er over haar lange banden met Texas.

Maar loop door het centrum van San Antonio, achter het het Alamofort, en je ziet hoe Obama ook hier bezig is met een inhaalslag. Op één straat kom je op de stoep twee keer een bord tegen met de rood-witblauwe O, het beeldmerk van de Obama-campagne.

Wie de aansporing ‘Hoop begint met jou. Kom binnen’ opvolgt, belandt in het campagnekantoor, een paar weken geleden opgezet. Er zitten dezelfde jonge, betaalde krachten die in december de sneeuw van Iowa trotseerden en sindsdien in een reeks andere staten Obama aan de man hebben gebracht. Amerika is nu eenmaal te groot om in alle staten een jaar lang een kantoor te handhaven, zelfs als je 150 miljoen dollar aan donaties binnenkrijgt.

Maar dat heeft Obama niet gehinderd. Zijn ‘veldorganisatie’, zo geven nu zelfs Clinton-medewerkers toe, is staat na staat superieur aan die van Clinton gebleken. Het heeft hem nu al tien overwinningen op rij opgeleverd, en daarmee het ‘momentum’ dat nodig is om de nominatie binnen te slepen.

Wat is Obama’s geheim? Wie het tweede kantoor op 3rd Street betreedt, krijgt een idee. Er huist een grassroots-groep met de fantasienaam Alamobama. Het kantoor, waar de Obama-stickers en T-shirts grif van de hand gaan, is spontaan opgezet, door vrijwilligers, zonder een cent van de campagne.

‘Deze bank is van Jess, de tafel van Jim, die stoel komt geloof ik uit mijn huis’, zegt Judy Hall. De kantoorruimte werd ter beschikking gesteld door een makelaar die een fan van Obama is. Terwijl Hillary-vrijwilligers pas sinds een week terecht kunnen bij hun hoofdkwartier om tuinbordjes af te halen en instructies te krijgen, zijn hier de afgelopen maanden al 13 duizend telefoontjes uitgegaan naar kiezers in het hele land.

Judy is hoogleraar psychologie, maar werkt nu parttime om Obama aan de macht te helpen. ‘Hij heeft een zuiverheid van denken die ik alleen van mensen als Gandhi ken, zegt ze. ‘Daarmee inspireert hij mensen.’ Een jaar geleden deed Hall ‘Obama-camp’ in Chicago. Een paar dagen cursus in organisatie en leiderschap, met als docenten dezelfde mensen die ooit Obama de kneepjes van het opbouwwerk bijbrachten.

Zij en de andere vrijwilligers (er was er ook een uit Alaska) kregen praktische tips, maar leerden vooral het organiseren van mensen. ‘Obama heeft nu in de praktijk een leger van echte organisatoren in het hele land. Dat maakt het totaal anders dan enige campagne waaraan ik heb meegewerkt.’

David Axelrod is het helemaal met haar eens. De campagnestrateeg achter Barack Obama, een vriendelijke man met snor, heeft zijn kunsten al in veel campagnes vertoond. ‘Maar zo’n enorme beweging van onderaf heb ik nog nooit meegemaakt’, vertelt hij na het tv-debat in Austin. De officiële campagne werkt naadloos met de vrijwilligers samen. ‘Dat heeft heel veel te maken met de kandidaat zelf, met zijn ervaringen als community-organizer’, zegt Axelrod.

Het verschil tussen de campagnes van Clinton en Obama, schreef een commentator, ligt in hun verleden. Zij was bij het Children’s Defense Fund en elders een advocaat voor mensen in nood. Als kandidaat vertelt ze kiezers welke goede dingen ze voor hen gaat regelen. De opdracht van de opbouwwerker die Obama was, ligt eerder in het motiveren van mensen.

In zijn eerste boek heeft Obama beschreven hoe moeilijk dat was in de achterbuurten van Chicago. Maar nu noemt hij het ‘de beste opleiding die ik ooit heb gehad’. Zijn conclusie: ‘Gewone mensen kunnen het land van onderaf veranderen, als ze besluiten dat het tijd is voor verandering.’

Het is het soort bewering dat Obama’s critici afdoen als holle retoriek. Maar het gebeurt intussen wel. Juist door de kleine donaties en huisvlijt van velen is zijn campagne anders én sterker dan de rest. Neem de steminstructies voor de bizar gecompliceerde voorverkiezing in Texas: een student die niet bij de campagne hoort legt ze op internet met duidelijke symbolen uit in een folder die anderen kunnen printen en verspreiden.

‘Het is een beweging geworden van jonge mensen die voor hun eigen idealen komen. De kandidaat is het vehikel’, zegt Al Green, Congresman uit Texas en Obama-aanhanger. ‘Als Barack morgen zijn naam van het stembiljet haalt, wordt hij nóg genomineerd.’Hillary’s brandmuur brokkelt. ‘De oudere Latino’s zijn misschien trouw aan de Clintons, maar hun kinderen zijn ontvankelijk voor zijn boodschap’, zegt de jonge Texaanse parlementariër Ana Hernadez.

Dat Obama zulke grote menigten trekt, helpt volgens Hall ook stemmen te winnen, omdat iedere aanwezige het woord verspreidt. In Austin is het op deze avond weer zover, wanneer twintigduizend mensen de straten vullen voor de koepel van het Texaanse Capitool. ‘Ik heb dit nog nooit meegemaakt, zo’n opwinding over politiek’, zegt een vader, die steeds achter zijn weglopende zoontjes in Obama-T-shirtjes aan moet jagen.

Op het podium zegt Obama dat er dit jaar twee keer zoveel mensen en heel veel nieuwe kiezers naar de stembus komen. ‘Ik zou daar graag alle krediet voor nemen’, zegt hij. ‘Maar dat kan ik niet. Het komt vooral door het beste nieuws van allemaal: de naam George W. Bush staat niet op het stembiljet.’ De mensen juichen. ‘Hij komt terug naar Texas.’ Luid boegeroep klinkt.

Maar het komt ook doordat de campagne om jou gaat, zegt Obama. Hij spreekt vaak over wat ze zelf moeten doen, en krijgt veel applaus: de televisie uitzetten en met hun kinderen praten; vrijwilligerswerk doen in het peace corps. ‘Jij investeert in Amerika, en Amerika in jou, en zo gaan we samen deze nominatie winnen, de verkiezingen winnen, en zo veranderen we het land, en de wereld!’, besluit hij.

Barack Obama is bezig de grootse community van zijn leven te organiseren.

 

Jezus kiest

Colorado Springs is een bastion van de religious right. De rechtse politieke invloed van de evangelische leiders leek even op zijn terugtocht. Maar met zijn troefkaart Palin weet McCain nu het wantrouwen van ‘Vatican West’ te overwinnen.

Door

Philippe Remarque namens de Volkskrant

obama6

Jongeren op een driedaagse gebedsbijeenkomst in de New Life Church in Colorado Springs Foto: Daniel Rosenthal / de Volkskrant

‘Wij bespreken hier geen politieke zaken’. De vrouw die ons in het bezoekerscentrum van Focus on the Family een spreekverbod oplegt, heeft de meest geforceerde glimlach van Amerika, en dat wil wat zeggen. Protest heeft weinig zin. Achter ons staan twee stevige veiligheidsagenten. Op hun jas staat merk van Blackwater, het conservatieve huurlingenbedrijf dat in Irak in opspraak is geraakt.

We hadden de bezoekers gevraagd naar hun idool James Dobson, en naar diens politieke adviezen tijdens zijn populaire radiooptredens. Dat is van belang. Want Colorado Springs mag aan de voet van de Rocky Mountains liggen, ver van Washington, de invloed die Dobsons conservatieve Focus on the Family-imperium heeft op de Amerikaanse politiek is groot.

Wat hier vanuit Dobsons radiostudio Amerika in wordt gezonden, kan zelfs mede beslissen wie er in het Witte Huis zit. Karl Rove, architect van George W. Bush’ presidentschap, zei na de nipte herverkiezing van zijn baas vier jaar geleden dat het 300 duizend stemmen van evangelische kiezers in Ohio waren die de doorslag hadden gegeven.

Dat zijn mensen die naar Dobson luisteren. En Dobson is, net als andere leiders van de religious right, een fervent voorstander van George Bush, de man die de drank verruilde voor Jezus Christus. Met John McCain ligt het een stuk moeilijker. Maar alles lijkt goed te komen nu hij als running mate Sarah Palin heeft gekozen, die zelfs tegen abortus is na verkrachting.

James Dobson is eigenlijk kinderpsycholoog. In het hoofdgebouw op de campus van Focus on the Family hangen de foto’s van zijn opkomst. Een gids met een alweer onwaarschijnlijke glimlach vertelt: ‘Door het succes van Dare to discipline begonnen de mensen Dr Dobson te bellen om advies.’

Dobson schreef het boek als reactie op het beroemde vrijzinnige opvoedboek van Dr Spock. Hij raadde ouders aan om hun verantwoordelijkheid te nemen en zo nodig lijfstraf uit te delen met een riem. ‘Natuurlijk, wij kregen ook weleens een pak slaag. Je moet kinderen soms hun plaats wijzen’, legt een medewerkster van Focus on the Family uit.

Dobsons protesteerde met zijn boek tegen de erosie van traditionele waarden in het Amerika van de jaren zestig. Veel Amerikanen deelden zijn zorgen. Dobson begon een radioprogramma dat inmiddels al weer decennialang wordt beluisterd in miljoenen huiskamers. Hij geeft in eerste plaats advies aan ouders. Ze blijven vragen. Bij Focus on the Family, dat hij in 1977 begon, komen per maand 50 duizend telefoontjes en 173 duizend brieven binnen. De campus heeft zijn eigen postcode.

Een derde van de 1.300 medewerkers van Focus zit aan de telefoon of de computer om advies te geven. Of ze sturen een van de duizenden brochures op. Die gaan over uiteenlopende problemen, van wat je moet doen met een puber die zich afkeert van Jezus tot het terugbrengen van seksuele passie in het huwelijk.

De gids laat de glossy blaadjes zien die Focus rondstuurt, verschillende voor iedere leeftijdgroep. Ze zien eruit als andere jeugdbladen, maar bevatten alleen moreel zuiver vermaak. Focus heeft zelfs een populaire jeugdserie voor tv gemaakt. En er zijn tekenfilms met een stichtelijke komkommer die op de Bijbel geënte avonturen beleeft. ‘Dit moet u nemen, Larry the Cucumber’, raadt een vriendelijke vader in de grote winkel aan. ‘Mijn kinderen smullen ervan. En dit kan ik zonder bedenkingen aan ze laten zien.’

Dat kun je niet zeggen van SpongeBob Squarepants, volgens Dr Dobson een propagandist van homoseksualiteit. Alle nieuwe uitzendingen en muziek in de VS wordt door Focus op dit soort zaken beoordeeld en krijgt een rating, zodat ouders niet voor verassingen komen te staan. In Amerika is het zo mogelijk enigszins afgesloten in een grote subcultuur te leven. Focus heeft een lijst van zes miljoen mensen die in de afgelopen jaren aanklopten.

Het is een machtige basis, en het duurde niet lang voor James Dobson de politieke kracht ervan ontdekte. Inmiddels beïnvloedt Focus regelmatig verkiezingen van congresleden of senatoren. Of Dobson laat het Congres overspoelen met telefoontjes en mails van kiezers. President Bush vraagt zijn advies.

Naast de grote trap van het hoofdgebouw hangen Dobsons trofeeën: foto’s van hemzelf in de Oval Office, met Ronald Reagan, met George Bush sr., met George Bush jr. ‘Welcome back to the White House’, heeft vader Bush op een van de foto’s geschreven.

Niet voor niets heeft het politieke departement van Focus een grote zaal en 70 medewerkers. Een van de directeuren, alweer een vrouw met een krachtige glimlach, legt uit dat het Focus vooral om de issues gaat. En op dat punt is George Bush een ‘sterke president’: net als Focus gelooft hij niet in klimaatverandering en abortus en wel in conservatieve opperrechters.

Koppigheid

Maar dit jaar heeft haar baas Dobson, nu in Californië om een boek te schrijven, het moeilijk gehad. Tijdens de voorverkiezingen zwoer hij ‘nooit op McCain te stemmen’. McCain werd gehaat door de evangelische leiders, door hem ‘agenten van intolerantie’ genoemd. Zijn hervorming van de campagnefinanciering beperkte hun invloed, vonden ze. Maar toch werd McCain de Republikeinse kandidaat. Een ontmoeting tussen Dobson en McCain kwamdeze zomer niet tot stand door koppigheid aan beide zijden.

Zeker sinds Focus on the Family er begin jaren negentig neerstreek, is Colorado Springs uitgegroeid tot een bolwerk van kerken en conservatief-christelijke organisaties. Het stadje, op anderhalf uur rijden van Denver, wordt soms ‘Vatican West’ genoemd. ‘Na Focus explodeerde het. Ze zitten nu overal’, klaagt Diane, een linkse kunstenares.

Typerend voor Colorado Springs is de gigantische ‘New Life Church’ iets buiten de stad, waar een driedaags jeugdfestival plaatsvindt. Een zaal vol hip geklede jongeren, die gillen, ‘Jezus!’ scanderen en pogo’en op het nummer Mijn Redder leeft van de stevige band. ‘Geef jezelf nu aan Jezus’, zegt een jonge orator in T-shirt. ‘God is groter dan je worsteling’. Velen staan met hun handen geheven, sommigen liggen languit op de grond te bidden.

En in het tentenkamp zal vanavond niemand elkaar aanraken. ‘Ik heb de eed van onthouding afgelegd omdat Jezus het wil’ , zegt T.J. Deze jongeren mogen in november voor het eerst stemmen. Bij de meesten wordt het McCain. ‘Hij is tegen abortus en het homohuwelijk’, verklaart Daniel.

Maar er zijn ook hier tekenen van de verandering die de afgelopen jaren in de evangelische gemeenschap heeft plaatsgevonden. ‘Ik ben niet echt tevreden met deze regering’, zegt Kirsten, die buiten de hal even uitrust. ‘Er zijn morele waarden bij de Republikeinen én bij de Democraten. Ze twijfelt tussen McCain en Obama, en verzekert: ‘Veel evangelicalsom mij heen beginnen anders te denken.’

Zeventig evangelische dominees en denkers hebben in de lente een manifest uitgebracht waarin werd gewaarschuwd dat de beweging zich niet te veel aan de Republikeinse Partij moet binden, en naast abortus en homohuwelijk ook eens naar christelijke thema’s als het milieu en armoede moet kijken. ‘Jezus’ agenda is veel groter dan een of twee thema’s’, zei Rick Warren, de moderne predikant van een megakerk in opkomst. ‘We moeten aandacht geven aan armoede, ziekte en analfabetisme.’

Obama’s campagne probeert hier op in te spelen. In christelijk georiënteerde swing states als Ohio verspreidt ze folders over het geloof van Obama’. Hij spreekt daar openlijker over dan enige Democratische kandidaat sinds Carter: ‘Ik geloof dat Jezus is gestorven aan het kruis voor mijn zonden.’

Ook benaderen de ‘religious outreach’-functionarissen in zijn campagne dominees en kerkgemeenschappen, in de hoop wat terrein terug te winnen op de Republikeinen. Dan Gilgoff, expert en auteur van de God-o-Meter-blog: ‘Obama voert onder evangelische kiezers de intensiefste campagne die ooit van Democratische zijde is geprobeerd.’

Extra conservatief

Maar volgens een recente peiling heeft het nog niet veel geholpen. De blanke evangelische kiezers zijn in overgrote meerderheid op de hand van McCain. Die heeft dat zeker ook te danken aan zijn eigen inspanningen. Al de afgelopen jaren sloot hij vrede met invloedrijke predikanten als Jerry Falwell. Deze zomer had hij ontmoetingen met evangelische leiders en bezwoer hen dat hij als president conservatieve opperrechters zou benoemen. Het nieuwe Republikeinse partijprogramma is extra conservatief op abortusgebied.

Een belangrijk moment voor het bredere christelijke publiek kwam in augustus, toen Rick Warren Obama en McCain interviewde in zijn Saddleback-kerk. Warren vroeg aan beiden op welk moment een foetus mensenrechten krijgt. De aarzelende Obama antwoordde uiteindelijk: ‘Dat gaat boven mijn pet’, terwijl McCain snel en eenvoudig zei: ‘Op het moment van conceptie’.

Maar de echte klapper maakte McCain door Sarah Palin uit Alaska te halen om zijn running mate te worden. ‘Ze heeft de religieuze kiezers enthousiast gemaakt voor McCain in een mate die onmogelijk leek’, zegt Gilgoff. ‘Zo wordt het voor Obamamoeilijker de evangelische kiezer te bereiken.’

Zelfs de eens zo knorrige Dobson vertelt nu aan iedereen dat hij zeer tevreden is met deze ‘uitstekende’ keus. Ze heeft haar trouw aan de heiligheid vanmenselijk leven gedemonstreerd door haar jongste kind te voldragen, ook al had hij het Down-syndroom. Dobson: Dat is moed en integriteit in actie.’

Eerder had Dobson al uitgehaald naar Obama, die volgens hem de bijbel verdraait. Hij belooft nu campagne te voeren voor McCain. Hij voelt zich, zei Dobson, als op de dag dat Ronald Reagan werd geïnaugureerd. ‘En dat was een van de mooiste dagen van mijn leven.’

McCain moest flink opschuiven en een andere running mate kiezen dan hij wilde. Maar nu heeft hij ook wat: de voetsoldaten van de ‘religious right’ gaan toch nog voor hem de straat op.

 

HOOP

Er is een land dat zich slecht voelt, en er is een presidentskandidaat die over betere tijden praat. Hoe Barack Obama zich ontpopte tot de juiste man op het juiste moment; iemand die de mensen vaderlijk geruststelt en ze vergezichten biedt.

Door

Philippe Remarque namens de Volkskrant

Rick heeft een houtkachel gekocht. Hij kan zich de stookolie deze winter niet meer veroorloven. Hout is er genoeg in de bergen van Buncombe County. De automonteur, 54, hoed en een vet zuidelijk accent, weet niet wat hij van Barack Obama moet denken. ‘We hebben geen bewijzen. Ik ken hem niet.’

Maar hij weet wel dat het met het land heel erg slecht gaat. ‘En op een goed moment ben je over een punt heen.’ Hij gaat Obama stemmen, en levert er meteen een parabel bij: ‘Als je een slangebeet hebt, ga je naar de dokter en hoop je dat hij je helpt’, zegt Rick. ‘Dan kijk je niet wat voor certificaten er precies aan de muur hangen. Je hoopt dat hij je helpt. Amerika heeft nu een slangebeet.’

Zo vat Rick de presidentsverkiezingen van 2008 handzaam samen. Er is een kandidaat die tamelijk vreemd is, onervaren ook. En er is een land dat zich slecht voelt. De kandidaat heeft zo toch het wantrouwen overwonnen. Zijn ernst past bij de ernstige tijden. Zijn meeslepende boodschap spreekt van betere tijden. Daarom staat Barack Obama er een paar dagen voor de verkiezingen zo goed voor en heeft hij de beste kans om de 44ste president van de Verenigde Staten te worden.

Amerika, dat is het land van de borstklopperij. De woorden ‘greatest nation on earth’ klinken in dit verkiezingsjaar weer net zo vaak als ‘koopkracht’ in een Nederlandse campagne. Maar het is een loze kreet. De Amerikanen voelen het niet zo. Nu niet.

Waar je in dit uitgestrekte land in dit lange verkiezingsjaar ook kwam, overal klonk somberheid en geklaag. ‘Het lijkt hier wel Rusland, of een derdewereldland. Gisteren zijn er in het bedrijf boven ons dertig man uitgevlogen’, zegt een medewerker van Budget Car in Florida.

Er zijn mensen zonder geld en met een te dure hypotheek, wachtend tot de bodem van de huizenmarkt eindelijk is bereikt. Er zijn mannen in pak die zelf niets tekortkomen, maar óók somber vaststellen dat het bergafwaarts gaat met hun land. En bijna iedereen is bezorgd over de Amerikaanse reputatie in het buitenland, die zo beschadigd is.

Amerika is in mineur. Volgens opiniepeilingen vindt meer dan tachtig procent van de mensen dat het land ‘op de verkeerde weg’ is. En velen geven George W. Bush de schuld. Wat krijgt die man het te verduren. Hij is ‘met zekerheid de slechtste president die we ooit hebben gehad’, verzekert een advocaat in Colorado.

De kredietcrisis is de klap op de vuurpijl. Het hooghartige Wall Street blijkt kwetsbaar en de antioverheidspresident gebiedt in zijn nadagen een halve nationalisering van de banken. Het zou grappig zijn als het de Amerikanen niet zo bang voor de toekomst zou maken.

Kritiek op Bush klinkt ook van mensen die in 2004 op hem hebben gestemd. Vaak staat het hoofd dan op spijt en gaan de armen vertwijfeld de lucht in. ‘We waren bang voor terrorisme. Daarom heb ik op hem gestemd’, zegt een vrouw in Virginia. ‘Het waren die verdomde alarmfases oranje, die me doodsbang maakten.’

Maar het gaat niet om Bush alleen. Je hebt nu bar weinig aan traditionele Amerikaanse deugden,  als vermetele expansiedrift en rotsvast optimisme. Op goedkope olie en goedkoop krediet heeft het land zich de laatste jaren een stuk in de kraag gedronken. Nu moet er worden afgerekend en bonkt het hoofd.

Graag zien de Amerikanen zichzelf als de kracht van het goede in de wereld. Maar de krachtpatserij aan de andere kant van de aardbol leidde niet tot de verspreiding van democratie, zoals beloofd. Wel tot een bloedbad en verdeeldheid aan het thuisfront.

Na de overmoed en het extremisme van de Bush-jaren komen de Amerikanen tot inkeer. Ze kopen zelfs geen SUV’s meer. Ze leggen zich langzaam neer bij het idee dat de Amerikaanse kruisraketten ook niet alles kunnen. Dat China in opkomst is, de olie opraakt en de poolkap smelt.

Je zult in die omstandigheden maar de Republikeinse kandidaat zijn, de man die in de voetsporen van George W. Bush moet treden. John McCain houdt de gehate president op honderden mijlen afstand. Ja, één keer legde hij een beleefdheidsbezoekje aan het Witte Huis af. Prompt duiken de beelden in vrijwel elk aanvalsspotje van Obama’s campagne op.

En nog, aan het einde van een lange campagne concludeert de gerespecteerde opiniepeiler Peter Hart dat McCain zich niet heeft kunnen losmaken: ‘Bush is het blok van tweehonderd kilo aan McCains been.’

McCain zegt dat hij niet George Bush is. Dat de afgelopen acht jaar verkeerd zijn doorgebracht. Dat hij met mede-rebel Sarah Palin Washington gaan veranderen.

Maar het blok blijft, ook al omdat zijn overige campagneslogans nog gewoon uit de Reagan-revolutie stammen, waarin hijzelf immers een ‘voetsoldaat’ was: minder belastingen, meer vrijheid, de overheid is het probleem en niet het antwoord. Ooit was het onweerstaanbaar, en nog steeds past het bij het Amerikaanse levensgevoel. Maar dit is een tijd om bij de staat te schuilen, niet om hem uit te schelden.

De enige echte anti-Bush is natuurlijk Obama, dat zie je meteen. En als je toch bij de staat moet schuilen, kun je misschien beter een president hebben die de overheid niet afdoet als iets om te lachen, maar eentje die heeft nagedacht over wat zij wel en niet kan betekenen voor de mensen.

McCain noemt Obama een ‘socialist’, die een ‘klassenoorlog’ voert. Maar hij overtuigt er vooralsnog te weinig kiezers mee. Het is onduidelijk hoe links of centristisch Obama als president zou zijn. Maar hij voert campagne met nuance: de overheid kan niet alles oplossen, maar moet wel zorgen dat ieder kind een ‘fatsoenlijke kans’ heeft. Bij Jon Stewarts late-night show zegt Obama woensdag zelfs dat Amerika ‘een beetje conservatief ’ is, en lijkt daar wel tevreden mee.

Obama betoont zich al de hele campagne lang een degelijke pragmaticus. Sommigen zeggen zelfs, met lichte teleurstelling, dat hij een beetje saai is.

Maar dat is precies wat deze onwaarschijnlijke kandidaat nodig heeft. De timing van de economische crisis is bijna perfect voor hem. De televisiedebatten vallen er middenin, en Obama krijgt alle kans zijn ‘steady hand’ te tonen, met rustige, heldere verhalen die zijn docentenverleden verraden. ‘Ik vond hem echt heel verstandig klinken in de debatten. McCain deed raar, of hij al had verloren’, zegt een Republikeinse vrouw in de rij voor een stembureau in North Carolina. Ze stemt voor deze ene keer op de Democratische kandidaat.

McCain bewijst Obama een enorme dienst door zijn woeste wijze van campagnevoeren. Een ‘Hail Mary pass’, noemen ze het in American Football, als bij achterstand de bal ver naar voren wordt gegooid in de hoop dat iemand hem achter de lijn drukt. McCain grossiert erin. Palin als running mate kiezen was een Hail Mary pass.

Aanvankelijk leek er een touchdown in te zitten. Inmiddels heeft een meerderheid van de kiezers besloten dat ze te licht is voor het presidentschap. ‘Zij is een van de belangrijkste redenen dat ik ben omgeslagen’, zegt de Republikeinse Obama-kiezer in North Carolina.

John McCains stopzetting van zijn campagne was ook een Hail Mary Pass. Hij zou de crisis rond het noodpakket van 700 miljard dollar op Capitol Hill bezweren en tevoorschijn komen als een echte leider, hoopten zijn campagnemensen.

Maar zo liep het niet. Wie niet allang had ingezien dat dit een campagnegimmick was, begreep het nu.

Het volgende dat McCain en Palin proberen, is van Obama een terroristenvriend te maken. Een truc uit de oude doos, maar als iedereen zich zorgen maakt over de waarde van zijn pensioen en de bestendigheid van zijn baan, is er even geen belangstelling voor de afgezaagde cultuuroorlog. In een cartoon zitten twee mannen op een bankje, zegt de een: ‘Heb je al gehoord over William Ayers?’ De tweede antwoordt: ‘Kan die misschien de economie redden?’

Het resultaat van McCains gesmijt met de football is dat Obama, bijna zonder er iets voor te doen, de kandidaat wordt die zich wél om gewone mensen en de economie bekommert. De solide keus.

McCain en de Republikeinse partij kunnen in hun tv-spotjes de vreselijkste beelden laten zien van crises in de wereld, een lege stoel in de oval officemet onheilspellende muziek en de vraag: ‘Zou u in een vliegtuig stappen waarvan de piloot nog nooit heeft gevogen?’. Maar het raakt Obama niet zo hard meer. In peilingen noemt een meerderheid hem nu een veilige keus.

En Obama groeit in zijn rol. In zijn toespraken stelt hij de mensen gerust, vaderlijk en met zijn blik op de einder, waarachter betere tijden liggen. Terwijl Palin het land indeelt in ‘pro-Amerikaanse’ en andere delen, is hij de kandidaat die alle Amerikanen laat samenkomen.

Zijn retoriek neemt Reaganeske trekken aan. Hij tilt de Amerikanen op, en biedt ze een vergezicht op een saamhoriger en eerlijker samenleving, op een herstel van de Amerikaanse reputatie in de wereld. Morning in America, maar dan anders.

Obama heeft altijd een bijzondere fascinatie voor Reagan aan de dag gelegd. Hij noemt diens presidentschap ‘transformatief ’ omdat hij de politiek voor decennia naar rechts heeft geschoven. Hij wil zelf ook zo’n president zijn, maar dan van links.

Dat is de ironie van het Obamaverschijnsel. Het tijdperk van onbelemmerde groei en heilig geloof in de vrije markt, ingeleid door Ronald Reagan, lijkt nu voorbij. Maar de kandidaat die op de smeulende resten van de Reagan-erfenis iets nieuws gaat opbouwen, neemt een voorbeeld aan diens charisma en wil een Reagan van links worden.

 

Met Obama het cynisme voorbij

Waarom is de overwinning van Barack Obama zo bijzonder?

Door

Philippe Remarque namens de Volkskrant

Het is nacht. De straten van Chicago zijn leeg na de monumentale eruptie van blijdschap en de toespraak van de nieuwe president. Hier en daar roept een schorre stem nog zijn naam. Een verkoopster vent de Chicago Tribune uit met op de voorpagina, in koeienletters, ‘It’s Obama’.

Alexis Dorsey zwerft nog rond. ‘Ik moet al slapen, maar het lijkt wel tien uur ’s ochtends’, zegt de jonge zwarte ziekenhuismedewerkster. ‘Ik ben helemaal hyper. We hebben het gedaan! Een Afro-Amerikaan in het Witte Huis. Dit is heel groot, gigantisch.’

Waarom iedereen over Obama’s huidskleur spreekt? Omdat in het jaar dat de president-elect geboren werd, een huwelijk als tussen zijn blanke moeder en Afrikaanse vader in sommige staten nog verboden was. Omdat dezelfde zwarte activisten die destijds in elkaar zijn geslagen en in de bak gegooid, alleen omdat ze hun stemrecht opeisten, dinsdag met hun wandelstok het stembureau in liepen om op een zwarte man te stemmen, sommigen met het vrijheidslied van destijds op de lippen.

Waarom Colin Powell en miljoenen met hem dinsdagavond moesten huilen? Omdat is gebeurd wat Martin Luther King hoopte in zijn beroemde toespraak in 1963, toen Obama net twee was: ‘Ik heb een droom dat mijn vier kleine kinderen eens zullen leven in een natie waar ze niet worden beoordeeld op de kleur van hun huid, maar op de inhoud van hun karakter.’

Obama’s overwinning is een mijlpaal. Maar niet alleen omdat hij zwart is. Hij is de eerste Democraat sinds Johnson die meer dan 50 procent van de stemmen kreeg. Het tijdperk van de conservatieve dominantie, dat begon met Ronald Reagan, is ten einde. Die zag in de overheid ‘niet de oplossing, maar het probleem’.

Een pakkende boodschap, vruchtbaar ook, maar het liep hopeloos uit de hand. Ondanks de rijke jaren staan miljoenen Amerikanen buitenspel, terwijl de politiek door lobbyisten wordt gestuurd. Obama belooft een eerlijker raamwerk voor de markteconomie.

En met Obama’s presidentschap treedt een nieuwe generatie aan. De babyboomers, met hun eindeloze cultuuroorlog en de twee matige presidenten die ze voortbrachten, Clinton en Bush jr., kunnen met pensioen. Obama roept in zijn toespraak dinsdagavond op niet terug te vallen in de kleine, kinderachtige partijstrijd die ‘onze politiek heeft vergiftigd’ en ‘onze vooruitgang tegengehouden’.

En als eens John F. Kennedy doet hij een beroep op de Amerikanen, om ‘mee te doen, harder te werken en niet alleen aan jezelf te denken’. Obama heeft aangevoeld dat Amerikanen het cynisme voorbij zijn en openstaan voor een nieuwe geest van burgerschap.

Als voormalig buurtwerker gelooft hij in het verenigen van mensen die samen van onderop iets veranderen, al lukte het hem destijds nauwelijks. Hij heeft het principe in zijn campagne met succes ingezet. Hij verbond jonge vrijwilligers per internet en overtuigde ze dat deze beweging van hen is, niet van hem, en dat ze hun eigen kracht en burgerzin moeten hervinden.

Het werkt aanstekelijk. Velen spreken dinsdagavond over wat zij zelf willen bijdragen. Zwarten zeggen dat de wereld voor ze openligt. ‘Het lijkt nu wel of ik alles kan gaan doen’, zegt Alexis Dorsey in de nacht van Chicago. ‘Morgen ga ik me inschrijven voor een studie. Als ik van deze vier jaar niks maak, ben ik een loser.’

Obama en zijn succes raken mensen van binnen. Hij wordt met welhaast religieuze vervoering ingehaald. Maar hoe belangrijk het ook is, een president die inspireert, het biedt nog geen garantie op succes in de regering, zoals Kennedy moest ervaren.

‘Ik zeg al weken: jongens, niet zo snel, het is de messias niet’, zegt een nachtwaker na diensttijd bij de bushalte op State Street. ‘Barack erft een bak bagger, en ik weet zeker dat ook hij soms de mist in zal gaan.’Dan stapt hij op de nachtbus naar zijn buitenwijk. In Obama’s Amerika gaat het leven verder.

 

Ambitie en hardheid verpakt in fluweel

In de Amerikaanse machopolitiek komt Barack Obama soms soft over. Maar achter het gepolijste uiterlijk schuilt een man van Pruisische zelfdiscipline, die de Clintons en de Republikeinen versloeg.

Door

Philippe Remarque namens de Volkskrant

Toen Barack Obama een jaar of 8 was en in Jakarta woonde, leerde zijn stiefvader hem boksen. Even hield Obama zijn handen naar beneden en prompt kreeg hij een flinke klap op zijn kaak. ‘Houd je handen omhoog’, riep Lolo Soetoro, Indonesiër en de tweede man van Obama’s moeder.

De kleine jongen was uitgeput en ging met Lolo aan de krokodillenvijver zitten, waar de stiefvader levenslessen verstrekte, zo beschrijft Obama in zijn geromantiseerde autobiografie Dreams from My Father: ‘Mannen maken misbruikvan de zwakte van anderemannen. De sterke man pakt hetland van de zwakke man af. Hij dwingt de zwakke man op zijn land te werken. Als de vrouw van de zwakke man knap is, zal de sterke man haar nemen. Welke van de twee zou je liever zijn?’

In de machowereld van de Amerikaanse politiek komt Obama met zijn intellectuele bedachtzaamheid en redelijke standpunten op sommigen soft over. ‘Obambi’, werd hij zelfs gedoopt. Obama vindt dat prima, omdat het nooit slecht is als ze je onderschatten, zei hij in een interview met Newsweek.

In werkelijkheid heeft Obama in één jaar de twee vervaarlijkste verkiezingsmachines van het land verslagen, de Clintons en de Republikeinen. Wie zijn carrière nader beschouwt, ziet de ambitie en de hardheid onder de fluwelen presentatie. Of zoals running mate Joe Biden alvast zei tegen landen die de jonge president volgens hem spoedig op de proef gaan stellen: ‘Ze zullen er snel genoeg achter komen dat deze man staal in zijn ruggengraat heeft.’

Obama schrijft zijn kracht en de hoge verwachtingen die hij aan zichzelf stelt toe aan de afwezigheid van zijn vader, die wegging toen hij 2 was. Het is een belangrijk motief in zijn leven. Steeds is hij bezig zich tegenover hem te bewijzen. ‘Een man probeert of te voldoen aan zijn vaders verwachtingen, of de fouten van zijn vader goed te maken. Inmijn geval kunnen beide dingen waar zijn’, schreef hij.

Dat zou nu wel moeten zijn opgelost. Obama’s vader, zo trots op de familienaam (‘Iedereen hier kent Obama’) , mislukte in de politiek van Kenia en raakte aan de drank. Het moet de zoon iets doen om dezelfde naam te horen scanderen tijdens zijn toespraken. Op 20 januari zal hij hem ten overstaan van de hele wereld uitspreken als hij de ambtseed aflegt op de trappen van het Capitool.

Een belangrijk gevolg van zijn vaders afwezigheid was dat Obama er voor zijn gevoel alleen voor stond. Ja, hij had een moeder en een tijdje een stiefvader die zich om hembekommerde. Zijn grootouders hebben hem met liefde opgevoed terwijl zijn moeder in het buitenland was. ‘Maar in zekere zin moest ik mezelf opvoeden’, zegt Obama. Moeilijke situaties in zijn leven is hij doorgekomen ‘omdat ik had geleerd op mijn eigen oordeel te vertrouwen en te vechten voor wat ik wilde’. Zonder vader groei je sneller op en ben je eerder bereid op de bres te staan en problemen op te lossen, ‘omdat niemand anders het voor je doet’, zegt Obama.

Of het hierdoor komt of niet, Obama is een man van Pruisische zelfdiscipline. Zo schopte hij het tot de universiteit van Harvard en werd daar de eerste zwarte hoofdredacteur van de prestigieuze Law Review. Zijn tegenstanders verweten hem tijdens de verkiezingscampagne dat hij nooit iets had bestuurd, wat klopt. Maar Amerika is zeer onder de indruk geraakt van de strakke campagne die hij heeft gevoerd. En campagnes zijn altijd ook een reflectie van de persoonlijkheid van de kandidaat. Bij opponenten Hillary Clinton en John McCain was het geld op en rolden de medewerkers vechtend over straat. Bij ‘No drama Obama’ werd onverstoorbaar en gestaag gewerkt, door dezelfde mensen, met dezelfde boodschap. Obama had iedereen aan het begin gezegd dat hij geen egotrips en lekken zou tolereren.

De nieuwe president is niet de man van de onderbuikreacties. Hij heeft altijd tijd nodig om tot zijn standpunten te komen. Obama bouwt momenten in de dag in om zijn gedachten te ordenen, zoals tijdens zijn ochtendlijke workout. Hij is al zijn leven lang een lezer en voedt zich met zo veel mogelijk informatie en meningen van experts. In het campagnevliegtuig las hij vorige week nog het boek Ghost Wars: The Secret History of the CIA, Afghanistan, and Bin Laden.

Medewerkers vertellen dat hij als politicus hun vergaderingen op ‘socratische’ wijze leidt: steeds vraagt hij naar de dissidente mening en rust hij niet voordat hij ook de verlegen figuur in een vergadering heeft gehoord. Als iedereen het eens is, vertelt ex-adviseur Samantha Power, ‘is hij bijna teleurgesteld: wat is er aan de hand, heeft niemand een tegengestelde mening?’

Maar als hij dan zijn positie bepaalt, houdt hij eraan vast. Volgens sommigen dreigt het gevaar van inflexibiliteit. Waarom deed hij er in augustus drie dagen over om tot zijn uiteindelijke standpunt over de Russische inval in Georgië te komen? Ook wordt Obama wel eens van arrogantie verdacht.

Maar in de campagne heeft zijn voet-bij-stukhouding uitstekend gewerkt. Nog in september waarschuwden Democratische sympathisanten dat de kandidaat té koel was om alle kiezers aan te spreken. Obama trok zich er niets van aan. Hij kreeg gelijk toen zijn heldere kalmte tijdens de financiële crisis juist goed op kiezers bleek over te komen. Obama’s Witte Huis zou wel eens een klein Pruisen aan de Pennsylvania Avenue kunnen worden: professioneel, gedisciplineerd en doelmatig. Eerder een calvinistische werksfeer dan losse gezelligheid.

De les van stiefvader Lolo heeft Obama in deze campagne toegepast. Hij weigerde de zwakke man te zijn, toch een rol die traditioneel is weggelegd voor de kandidaat van de Democraten. Obama aarzelde niet om terug te slaan, ook met oneigenlijke middelen. Raakten zijn opponenten hem met negatieve tv-spotjes? Obama antwoordde met spotjes waarin hij ouderen bang maakte met valse informatie over McCains zorgplan.

Het past in het beeld van Obama’s politieke carrière. Zijn imago, zorgvuldig geconstrueerd, is dat van een postraciale figuur die eenheid kan brengen in een verdeeld land. Dat dit moet gebeuren, is ongetwijfeld zijn oprechte overtuiging. Maar Obama is nooit vies geweest van de trucs en manoeuvres die nodig zijn om hogerop te komen. Zo papte hij in Chicago al vroeg aan met de Democratische bonzen wier protectie hij nodig had. Zijn tegenstanders in zijn eerste verkiezing schakelde hij uit door ze met behulp van advocaten te laten struikelen op vormfouten.

Ook was hij uiterst behoedzaam. Hij stak zijn nek zelden uit, eerst als lid van de senaat in Illinois, en daarna in de senaat in Washington. Zijn kansen op het hoge doel dat hij nu heeft bereikt, mochten niet in gevaar komen. Het boek Dreams from My Father, dat hij nog voor die politieke carrière schreef, is een grote verrassing. Omdat Obama een literair begaafd schrijver blijkt te zijn, en omdat hij met ontroerende details vertelt hoe verwarrend het is om half zwart en half blank te zijn.

Maar het is ook een uitgekiende transformatie: uit zijn soms eenzame en tobberige jeugd maakt hij een prachtig verhaal van raciale verzoening. Zo lanceerde hij zichzelf aan de hand van zijn eigen levensverhaal als een profeet van de verzoening tussen rassen en politieke kampen, inclusief de christelijke bekering die nodig is voor een politieke carrière in de VS.

In de campagne perfectioneerde hij het verhaal voor een brede groep sceptische kiezers, met gelikte filmpjes waarin zijn leven werd neergezet als een schoolvoorbeeld van de Amerikaanse Droom. Hij vertelde hoe zijn blanke moeder en grootouders alles deden om hem te laten opklimmen. Hoe zijn moeder hem in Jakarta om half vijf ’s ochtends wakker maakte voor zijn extra Engelse les. Als hij klaagde, vertelt Obama, zei ze: ‘Dit is voor mij ook geen picknick, makker.’

Obama heeft zichzelf als de boodschap van deze campagne gepresenteerd: door zijn gemengde huidskleur en achtergrond is hij een ‘transformatief ’ figuur, zoals Colin Powell het noemt. Juist geschikt voor een tijd waarin de Verenigde Staten een grondige transformatie moeten doormaken, van expansieve, nietsontziende supermacht naar een land dat de wereldproblemen onder ogen ziet en een nieuwe fundering zoekt.

Het was een waagstuk zijn eigen persoon zo naar voren te schuiven, en opponent McCain wist hem te raken door hem in de beruchte Paris Hilton-spotjes als een lege celebrity neer te zetten.

Maar het interessante van Obama is dat achter de gepolijste presentatie een bijzondere en intelligente geest zit. Uit zijn twee boeken en zijn interviews komt hij naar voren als iemand die grondig nadenkt, de nuance zoekt en zich altijd verplaatst in de gedachten van andere mensen. Die aan zijn afkomst en leven tussen drie continenten begrip en relativeringsvermogen heeft overgehouden. En waar hij van zijn stiefvader hardheid leerde, heeft hij van zijn moeder, de antropologe, oprecht idealisme en sociaal bewustzijn geërfd.

De verpakking, hoe mooi, uitgekiend en soms onwaarachtig ook, omhult geen leegte. Daar zijn in de afgelopen twee jaren miljoenen Amerikanen achter gekomen. In de talloze aanbevelingen van kranten die Obama in de wacht sleepte, wordt steeds zijn intellectuele nieuwsgierigheid en brede blik geroemd, die hem juist geschikt zouden maken voor deze verwarrende tijden. Na de schade die is aangericht door George W. Bush, de ultieme onderbuikpoliticus, is Amerika toe aan een verstandelijke benadering en een koel temperament.

Het merkwaardige van Obama’s succes is dat het op belofte berust. Op de hoop dat de goede eigenschappen van deze man op de een of andere manier gunstig uitwerken in het Witte Huis. Dat kan op een grote teleurstelling uitlopen. Maar hij heeft de Amerikanen voldoende van zijn kwaliteiten overtuigd om de gok te wagen.

 

De zwarte Camelot

Er was eens een zwart gezinnetje en het woonde in een wit huis. Hoe Amerika smult van de Obama’s – een soort Kennedy’s, maar dan anders.

Door

Philippe Remarque namens de Volkskrant

obama7

Barack Obama, zijn vrouw Michelle en hun dochters Malia (toen 8) en Sasha (toen 5) voor hun huis in Hyde Park, Chicago, in oktober 2006. Foto: Hollandse Hoogte

De enige campagnebelofte die Barack Obama wél makkelijk kan inlossen, is het hondje dat hij aan zijn dochters beloofde. Zo leek het althans. Malia, de 10-jarige, verdiepte zich in hondenrassen. Ook gezien haar allergie liet ze haar keuze vallen op een goldendoodle, een kruising tussen een golden retriever en een poedel. Maar toen Obama op campagne een keer had verteld dat dat voor zijn dochter ‘de optimale hond’ was, kwamen hondenliefhebbers en dierenbeschermers in het geweer.

Een rashond was ‘elitair’ en bovendien zielig voor al die weeshonden in asiels. De Best Friends Animal Society verzamelde meer dan 50 duizend handtekeningen om de Obama’s ervan te overtuigen dat ze beter een asielhond konden adopteren.Met succes: in een televisie-interview, vijf weken geleden, zeiden Barack en zijn vrouw Michelle dat ze waarschijnlijk een rescue dog gingen adopteren. Maar na zijn overwinning zei Obama ten overstaan van de wereld tegen zijn dochters dat de familie ‘een nieuwe puppy meeneemt naar het Witte Huis’.

Prompt begonnen de dierenvrienden te klagen, alsof de nieuwe president zojuist had gezegd dat de troepen toch in Irak blijven en er geen betaalbare ziektekostenverzekering komt. ‘Als de volgende president kan Barack Obama een geweldig voorbeeld stellen voor de rest van de Amerikanen door een dakloos dier te adopteren’, verklaarde de Humane Society.

Arme Malia. De politiek neemt zelfs dit verheugende gezinsmoment over. Zoals de cameralieden en fotografen laatst met Halloween ook al niet weg te slaan waren toen haar vader met haar zusje wilde gaan ‘trick-or-treaten’. Ze kunnen er maar beter aan wennen. Iedere beweging van de First Family wordt vanaf nu nauwlettend gevolgd en meteen symbolisch geduid.

Bij het nieuwe Eerste Gezin zal de belangstelling nog groter zijn. Want voor het eerst sinds Amy Carter rennen er aanstonds weer echt jonge kinderen over de South Lawn, en die kans op ontroering laat het publiek zich niet afnemen. Wie verheugt zich niet als hij hoort dat de codenamen voor de meisjes bij de secret service ‘Radiance’ en ‘Rosebud’ zijn? Wie is niet geraakt  door die oude foto’s van John F. Kennedy in de Oval Office, spelend met zijn kinderen Johnjohn en Caroline?

Deze week bleek hoe heftig de emoties zijn die de verkiezing van de eerste Afrikaans-Amerikaanse president in de hele wereld losmaakt. Het beeld van het zwarte gezin versterkt dat gevoel nog. De Obama-campagne heeft dat kundig uitgebuit. Daar stond het zwarte koppel met de snoezige kindertjes op het podium, na Obama’s eerste overwinning in Iowa op 3 januari. Opeens werd het onvoorstelbare voorstelbaar: een zwarte familie in het Witte Huis. Malia en Sasha worden door hun ouders zo veel mogelijk afgeschermd. Maar bijna bij elk groot tv-moment stonden ze er, en hun jurkjes werden steeds smaakvoller. Bij Obama’s aanvaardingsspeech in het stadion van Denver kleurden ze zelfs subtiel bij hun vaders das.

En helpen deed het. Steeds weer klonken in de positieve commentaren op een mogelijk Obama-presidentschap lovende woorden over diens ‘prachtige zwarte gezin’. Vaak wordt daarbij benadrukt dat het gezin ‘intact’ is. Anders dan zoveel zwarte gezinnen, bedoelen ze dan. Barack Obama is in zijn vaderdagspeech al begonnen de zwarte mannen voor te houden dat hun verantwoordelijkheid ‘niet ophoudt bij de conceptie’. Hij spoorde hen aan zich volwassen te gedragen en goede vaders te zijn. Het gezin Obama is dus, meer dan eerder presidentiële families, een moreel voorbeeld, een model van zwarte ambitie en burgerdom. Neem alleen de lijst van hobby’s van de kinderen: Malia, de Harry Potterfan met de serieuze blik, een evenbeeld van haar vader, doet aan voetbal, dans en theater. Sasha (7) een mollige dondersteen, doet aan gymnastiek en tapdansen. Beiden tennissen en spelen piano.

Paarse jurk

Michelle, de powervrouw die dit alles organiseert, speelt haar rol met verve. Ze heeft op Princeton en Harvard gestudeerd, had een goedbetaalde baan en was de meerdere van Barack toen ze elkaar ontmoetten. Ze heeft effectief en uitgebreid campagne gevoerd voor haar man, met als speciaal aandachtsgebied de gezinnen van militairen.

Maar op de verpakking let ze ook. Ze kleedt zich met stijl, vaak in creaties van haar favoriete ontwerper, maar ook in gewone massamode uit een winkelketen. Over de paarse jurk die ze droeg in Minnesota, op de avond dat Obama als winnaar uit de voorverkiezingen kwam, werd nog lang nagepraat. De overwinningsjurk van afgelopen dinsdag leidde tot discussies op internet. ‘Het was een lava lamp look, met een verwijzing naar het Hawaii van haar man’, vond cultuurcriticus  Jeff Weinstein. Vrouwen klaagden dat ze met dat zwarte vestje alle proporties had verwoest: ‘Obama’s eloquente overwinningstoespraak maakte me aan het huilen, maar helaas deed Michelles jurk dat ook.’ Anderen vonden het juist gewaagd dat ze was afgeweken van de conventionele keuze van de gemiddelde First Lady.

‘Michelle Obama heeft modegeschiedenis geschreven gisteravond, schreef een modecriticus. ‘Amerika, maak je op om te zien wat een waarlijk modern stijlicoon betekent.’

Nepparels

Het blad Vogue noemde Michelles eerdere paarse jurk een ‘zwart Camelot’- moment van de Obama’s. Camelot, de hofhouding van koning Arthur en zijn Ridders van de Ronde Tafel uit de legende, werd de term voor het Witte Huis van de Kennedy’s. First Lady Jacky Kennedy verzon de vergelijking, toen ze in een interview na de moord op haar man terugblikte op de gelukkige jaren ervoor.

De Kennedy’s brachten charisma en stijl naar het Witte Huis. Jacky, met haar beroemde roze mantelpakje, werd op slag een modeicoon. Het knappe echtpaar Obama treedt met gemak in hun voetsporen.

Baracks pakken vallen zo om zijn ranke lijf als je zelden ziet bij politici. Michelle citeert vrijelijk uit Jackie’s stijl, stellen modejournalisten vast, met haar nepparels en het haar in een ‘Jackie-flip’. Bloggers hebben een reeks foto’s bij elkaar gezocht waarop de mantelpakjes en jurken van Jackie Kennedy en Michelle Obama treffende gelijkenis vertonen.

In Washington is de opwinding over het aanstonds arriverende gezin groot. Laura Bush heeft Michelle en haar dochters uitgenodigd om gauw hun nieuwe huis te komen bekijken. Acht jaar lang ging de president om negen uur naar bed. Dat is met het avondmens Barack Obama nu over. George W. Bush bracht de Texaanse cultuur mee naar de hoofdstad, een merkwaardige kruising van cowboylaarzen en stropdassenformaliteit. Wordt het avondleven nu hip en multicultureel?

Sceptici wijzen erop hoe serieus het beeld is dat Obama van zichzelf neerzet, misschien wel juist omdat een zwarte president onwennig is voor veel Amerikanen. ‘Ze zullen de natie niet willen shockeren’, voorspelde Jacky Kennedy’s vroegere ‘social secretary’, Letitia Baldrige. ‘Ze zullen gewoon rustig, en waardig en conservatief willen zijn.’

Dat kunnen zemeteen bewijzen met de schoolkeus voor Malia en Sasha. Michelle, die zichzelf ‘mom-in-chief ’ noemt, heeft gezegd dat dat nu eerste prioriteit is. Wordt het Sidwell Friends, de exclusieve privéschool die ook Chelsea Clinton bezocht?

De Carters stuurden Amy principieel naar een openbare school. Maar die zijn in Washington op het moment in erg slechte staat. En Obama mag veel preken over de noodzaak in het openbaar onderwijs te investeren, zijn eigen dochters gingen in Chicago naar een zeer prestigieuze privéschool.

Woest dansen

Hun leven in de gezellige Hyde Park-buurt van Chicago komt nu ten einde. Te midden van de campagnestorm werden Malia en Sasha gekoesterd door hun geliefde oma Marian Robinson, de moeder van Michelle, en konden ze in de tuinen van vrienden spelen en (volgens ingewijden) woest dansen op Beyoncé Knowles en Soulja Boy op hun iPod. Al tien jaar lang gaat Michelle elke zaterdag met ze naar dezelfde bevriende families.

Vrienden vermoeden dat de Obama’s zullen proberen iets van dat leven mee te nemen naar Washington. Obama zelf omringde zich tijdens zijn eindeloze campagne al met een team van vaste, bevriende medewerkers, die nu ook meegaan naar het Witte Huis (zie kader). Oude vrienden, succesvolle zwarten uit Hyde Park, vlogen mee op het campagnevliegtuig.

Het werd een traditie dat ze op dagen dat hij de verkiezingsuitslag moesten wachten, samen basketbal speelden. De enige twee keer dat dat niet gebeurde, verloor Obama van Hillary Clinton. Dus daar speelden ze dinsdag weer in Chicago: Obama, met zijn trefzekere linkshandige schot, zijn beste vriend Marty Nesbit, een zwarte ondernemer en een van de financiële leiders achter de campagne, Dr. Eric Whitaker, die misschien wel surgeon general wordt, en Obama’s ‘body man’ Reggie Love. Naar verluidt laat Obama een basketbalveldje aanleggen bij het Witte Huis en kan hij met hen blijven spelen.

Oma Marian Robinson verhuist mee naar Washington DC, melden de kranten. Mogelijk komt ze zelfs in het Witte Huis te wonen, zodat de meisjes iemand hebben als de ouders op reis zijn. Het lijkt natuurlijk ongezond voor de kinderen om opeens in een bubble van lijfwachten en autostoeten te leven. Nieuwe vrienden te moeten maken met meisjes die hen alleen kennen als de dochters van de president.

Juryrapport

‘Met gevoel voor historische parallellen schetst Remarque een beeld van een kandidaat en een samenleving die onweerstaanbaar naar elkaar toe groeien.’

Serie artikelen over de Amerikaanse verkiezingen

Er waren vanzelfsprekend meerdere inzendingen waarin de Amerikaanse verkiezingen centraal stonden; goed geschreven en zeer informatief. De serie die Philippe Remarque schreef voor de Volkskrant steeg daar niettemin nog boven uit. In een vloeiende stijl weet Remarque de ziel van de Amerikanen te treffen. Met veel gevoel voor historische parallellen schetst hij schijnbaar terloops een beeld van een kandidaat en een samenleving die onweerstaanbaar naar elkaar toe groeien.

De Tegel